A
 
Aarde   
De derde planeet, gerekend vanaf de zon, én voor zover bekend het enige hemellichaam in het zonnestelsel waarop zich leven heeft ontwikkeld. Belangrijke eigenschappen van de aarde zijn onder meer de aanwezigheid van een vaste korst, een dampkring en een magnetisch veld. De aarde bevindt zich in een baan op ongeveer 150 miljoen kilometer afstand van de zon en heeft een straal van ongeveer 6400 kilometer.   


Aardkorst   
De buitenste vaste gesteenteschil van de aarde die zich, met een andere chemische samenstelling en een lagere dichtheid, duidelijk onderscheidt van de mantel eronder. Deze schil varieert in dikte van ongeveer tien kilometer (oceanische korst) tot ongeveer 35 kilometer (continentale korst) en vormt het bovenste gedeelte van de lithosfeer. De aardkorst is opgebouwd uit ruwweg drie soorten gesteenten: sedimentaire gesteenten (producten van erosie en verwering), stollingsgesteenten (ontstaan uit magma) en metamorfe gesteenten (ontstaan door chemische reacties en deformatie van andere gesteenten).   


Aardmeting
Het bepalen van de afmetingen en de vorm van de aarde. De tak van de wetenschap die zich hier doorgaans mee bezighoudt is de geodesie.   


Aardscheerder   
Term waarmee een object in de ruimte wordt aangeduid die de aarde in zijn baan - naar astronomische maatstaven - zeer dicht nadert (meestal een planetoïde of een komeet).   


Aberratie
De kleine schijnbare verplaatsing van een ster ten opzichte van zijn reële positie in het heelal - in de richting waarin de (aardse) waarnemer beweegt. Dit wordt veroorzaakt door de snelheid waarmee de aarde om de zon draait (ongeveer 30 kilometer per seconde). Gedurende een jaar lijkt een ster hierdoor in een kleine ellips om zijn ware positie te draaien. Dit wordt ook wel de jaarlijkse aberratie genoemd. De maximale verschuiving is 20,5 boogseconden, een getal dat bekend staat als de aberratieconstante. Er bestaat ook een aanzienlijk kleiner effect dat wordt veroorzaakt door de rotatie van de aarde: de dagelijkse aberratie.   


Absolute magnitude
De helderheid (magnitude) van een ster als deze vanaf een afstand van precies 10 parsec(32,6 lichtjaar) wordt waargenomen.   


Absorptielijn
Een smal golflengtegebied (een spectraallijn) binnen het elektromagnetisch spectrum van een stralingsbron waarin de oorspronkelijk uitgezonden straling ontbreekt doordat deze door een specifieke stof is geabsorbeerd. Omdat ieder element unieke absorptielijnen veroorzaakt, kunnen absorptielijnen in het absorptiespectrum van een stralingsbron (zoals een ster) wetenschappers helpen bij het achterhalen van de chemische samenstelling van een stralingsbron óf van een medium (zoals een nevel) daaromheen.   


Achondriet     
Type steenmeteoriet waarin niet of nauwelijks chondrulen voorkomen. Onderscheidt zich van ijzermeteorieten en steen-ijzermeteorieten door een zeer nikkel- en ijzerarme opbouw. Meer over meteorieten.   


Achromatische lens
Een lens die voor twee lichtgolflengten is gecorrigeerd voor chromatische aberratie (kleurschifting), waardoor de valse kleur om heldere objecten, zoals sterren en planeten, optisch wordt gereduceerd.   


Actief gebied   
Een regio op de zon met een relatief sterk magnetisch veld, waarin zich (groepen van) zonnevlekken kunnen vormen. De zonneactiviteit is sterk afhankelijk van de aanwezigheid van actieve gebieden, of active regions (AR's), van waaruit zich de meeste zonnevlammen en CME's voordoen.   


Actief stelsel
Een type sterrenstelsel met een AGN. Voorbeelden van actieve sterrenstelsels zijn quasars en Seyfert-stelsels.   


Accretieschijf
Een schijf van gas, aangetrokken door het zwaartekrachtsveld van een zwaar object in het heelal, waarin het gas naar het centrale zwaartepunt toe spiraliseert.   


Adrastea     
Kleine maan van Jupiter die zich binnen de banen van de vier grote Galileïsche manen bevindt.   


AE
Afgekorte notering van Astronomische Eenheid. Deze maat wordt gebruikt om afstanden in het heelal te duiden, met name binnen het zonnestelsel. De AE is afgeleid van de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. Eén AE komt dus ongeveer overeen met 150 miljoen kilometer. Meer precies hebben we het over 149.597.870.691 kilometer.   


Aëronomie
Tak van de wetenschap die onderzoek doet naar de meteorologische, fysische en chemische eigenschappen van de hogere luchtlagen in de aardatmosfeer (hoger dan ongeveer 45 kilometer).   


Afnemend
Toestand van een hemellichaam wanneer zijn fase met de tijd kleiner wordt. Doorgaans wordt deze term gebruikt om de verlichtingsstaat van de maan aan te duiden in de periode tussen volle maan en nieuwe maan.   


AGN
Afkorting van Active Galaxy Nucleus: een relatief klein gebied in het centrum van een sterrenstelsel dat extreem veel straling produceert door processen in een accretieschijf rondom een (super)zwaar zwart gat. Sterrenstelsels met een AGN zijn bijzonder helder en zenden ook aanzienlijk meer straling uit buiten het zichtbare gedeelte van het elektromagnetisch spectrum dan gebruikelijk is.   


Airglow
Het zwak oplichten van de nachthemel als gevolg van alledaagse ionisatieprocessen in de bovenste lagen van de aardatmosfeer.   


Albedo
Een maat voor het reflectievermogen van een object. De albedo wordt uitgedrukt in een percentage of een waarde tussen 1 en 0. Hoe hoger het percentage of de waarde van de albedo, hoe meer licht het hemellichaam of het object weerkaatst. Een theoretisch hemellichaam dat honderd procent van het ontvangen licht weerkaatst, heeft dus een albedo van 100% of 1. Een zwart gat, daarentegen, bezit een albedo van 0 (procent).   


Altitude
De hoek in graden die een ster of een ander astronomisch object vanaf een waarneempositie maakt met de horizon. Wordt ook wel elevatie of - gewoon - hoogte genoemd.   


Altocumulus   
Een type wolk die op middelbare hoogte (2 tot 6 kilometer) voorkomt en die vanwege haar vaak geblokte of golfvormige structuur ook wel een schaapjeswolk wordt genoemd. Altocumuluswolken laten zonlicht nog redelijk door en kunnen - zeker wanneer de zon laag staat - een bijzondere schaduwpatroon en een geel-oranje gloed vertonen.   


Amalthea     
De grootste Jupitermaan die zich binnen de banen van de vier Galileïsche manen bevindt. Amalthea werd in 1892 ontdekt door E.E. Barnard. Het maantje draait in een licht excentrische baan op zo'n 181.000 kilometer afstand van Jupiter. Met onregelmatige dimensies van 135 bij 84 bij 74 kilometer is Amalthea de op vier na grootste begeleider van de gasreus.   


Amor-familie
Categorische groep van planetoïden. Het perihelium van een Amor-planetoïde ligt typisch ergens tussen de banen van de aarde en Mars. Daarbij is de excentriciteit van een dergelijk object dusdanig dat hij beide planeten dicht kan naderen. Waarschijnlijk zijn er enkele duizenden Amor-planetoïden aanwezig in het zonnestelsel.   


Ananke     
Kleine maan in de buitendelen van het Jupiterstelsel. Werd in 1951 door S. Nicholson ontdekt. De afwijkende baanelementen en de retrograde baanbeweging van Ananke doen vermoeden dat het om een door Jupiter ingevangen planetoïde gaat. De satelliet heeft een straal van ongeveer 15 kilometer en bevindt zich gemiddeld op een afstand van ruim 21 miljoen kilometer van de gasreus.   


Annihilatie
Het verschijnsel dat wanneer een elementair deeltje en zijn corresponderende antideeltje samenkomen, beide deeltjes verdwijnen. Hierbij komt hun rustenergie vrij in een andere vorm van energie.   


Antideeltje
Het bij elk elementair deeltje behorende identieke zusterdeeltje, dat zich alleen van het 'origineel' onderscheidt door een tegengestelde elektrische lading en - als gevolg daarvan - ook door tegengestelde magnetische eigenschappen.   


Antimaterie
Materie die volledig bestaat uit antideeltjes, doch door de afwezigheid van normale elementaire deeltjes niet wordt geannihilleerd. Mogelijk bestaan er bepaalde regionen in het heelal die geheel bestaan uit antimaterie. Bewijzen hiervoor zijn nog niet gevonden.    


Apennijnen   
Een van de meest opvallende berggebieden op de maan, nabij Mare Imbrium. De maan-Apennijnen zijn vernoemd naar een gebergte op aarde.    


Aphelium
Het punt in de baan van een planeet of een ander object in een baan om de zon dat het verst van de zon gelegen is.    


Apogeum   
Het punt in de baan van een satelliet van de aarde dat zich het verst van de deze planeet bevindt.    


Apollo-planetoïde
Type planetoïde die als gevolg van zijn grote baanexcentriciteit binnen de aardbaan kan komen. Door deze eigenschap zijn veel planetoïden uit de Apollo-familie ook potentïele aardscheerders. Meer over planetoïden.   


Apollo-project
Amerikaans ruimtevaartproject dat in 1961 door president J.F. Kennedy op gang werd gebracht en tot doel had om voor het eind van het decennium een bemande maanlanding te volbrengen. Dit streven werd op 21 juli 1969 beloond toen Neil Armstrong als eerste mens een voetafdruk achterliet op de maan. Na een aantal vervolgmissies werd het project in 1972 gestaakt vanwege bezuinigingen.    


Ariël     
Een in 1851 door William Lassell ontdekte maan van Uranus. Met een straal van bijna 580 kilometer behoort de satelliet tot de vier grootste manen in het stelsel van de ijsreus. Ariël beschrijft een vrijwel cirkelvormige baan op ruim 190.000 kilometer afstand van Uranus.    


Asgrauw schijnsel
   
Het zwak oplichten van het niet door de zon belichte deel van de maan door reflectie van aardlicht. Het verschijnsel is het best zichtbaar enkele dagen ná of enkele dagen vóór nieuwe maan.    


Ashen schijnsel
Zwak schijnsel op de nachtzijde van Venus, dat soms verschijnt wanneer er van de planeet slechts een sikkel zichtbaar is. Wetenschappers hebben nog geen sluitende verklaring voor dit fenomeen.    


Asteroïde     
Amerikaanse term voor een planetoïde: een relatief klein en onregelmatig gevormd hemellichaam dat evenals de planeten om de zon draait. De meeste asteroïden bevinden zich in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter.    


Asthenosfeer
De relatief zachte gesteentelaag in de aardmantel waarover de tektonische platen van de lithosfeer zich bewegen. De asthenosfeer bevindt zich tussen 80 en 300 kilometer diepte en verschilt van de lithosfeer omdat haar gesteente onder de hogere druk en temperatuur op stroperige wijze van vorm veranderd.    


Astrofysica
De tak van astronomie die de (chemische) processen die zich afspelen in sterren en - meer in het algemeen - in het heelal probeert te verklaren.    


Astrologie
Een pseudo-wetenschap, gebaseerd op het (bij)geloof dat de dynamiek van sterren en planeten aan het firmament van invloed is op het dagelijks leven van mensen op aarde.    


Astrometrie
De tak van de astronomie die de bewegingen en de posities van sterren en andere hemellichamen bestudeert.    


Astrometrische dubbelster
Een dubbelstersysteem waarvan het bestaan van de zwakste component slechts kan worden afgeleid uit de gravitationele effecten die deze uitoefent op de bewegingen van de zichtbare hoofdster.    


Astronomie
De tak van wetenschap die alle objecten en processen buiten de damkring van de aarde bestudeert.    


Astronomische Eenheid
Maat, doorgaans genoteerd als AE, die wordt gebruikt om afstanden in het heelal te duiden, met name binnen het zonnestelsel. De Astronomische Eenheid is afgeleid van de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. Eén AE komt dus ongeveer overeen met 150 miljoen kilometer. Meer precies hebben we het over 149.597.870.691 kilometer.   


Astronomische schemering   
De periode na zonsondergang, of vóór zonsopkomst, waarin het middepunt van de zon zich 12 tot 18 graden onder de horizon bevindt.   


Atlas     
Satelliet op ongeveer 138.000 kilometer afstand van Saturnus, in een gebied tussen de heldere A-ring en de zwakkere F-ring. In 1979 werd het hemellichaam voor het eerst opgemerkt door R. Terrile. De hoge albedo van Atlas wijst erop dat het oppervlak van de maan is bedekt met een laag ijs. Het object is onregelmatig gevormd en heeft een diameter van ongeveer 18 kilometer.    


Aten-planetoïde
Type planetoïde met een halve lange baanas van minder dan één AE en doorgaans met een aphelium van meer dan één AE. Een Aten-planetoïde is hierdoor een potentiële aardscheerder. Meer over planetoïden.   


Atmosfeer
Ook wel dampkring genoemd: een gasrijke mantel om een planeet of een ander hemellichaam. Naast de aarde zijn in het zonnestelsel ook Venus, Mars en de vier zogeheten gas- en ijsreuzen in het bezit van een noemenswaardige atmosfeer, evenals enkele grote manen. In de laatste categorie bezit vooral de Saturnusmaan Titan een bijzonder intrigerende atmosfeer.    


Atmosferische refractie
Ook wel straalbreking genoemd: het afbuigen van lichtstralen als gevolg van prismatische werking van een atmosfeer. Hierdoor lijkt een buitenaards object soms verder boven de horizon te staan dan het in werkelijkheid staat. In het zenith is de atmosferische refractie nul, terwijl de atmosferische refractie vlak boven de (aardse) horizon – door de lange weg die het licht door de dampkring moet afleggen – kan oplopen tot een halve graad. De grootte van het effect is overigens ook afhankelijk van de atmosferische omstandigheden op een gegeven plaats op een gegeven moment.    


Atoom
Het kleinste deeltje van een element dat langs chemische weg niet verder deelbaar is. De elementen onderscheiden zich van elkaar door hun atoombouw. Een atoomkern bestaat uit neutronen en protonen en is omgeven door een elektronenwolk.    


Aurora   
Doorgaans poollicht genoemd: een lichtverschijnsel boven het noordelijk (aurora borealis) of zuidelijk halfrond (aurora australis) dat ontstaat door botsingen van geladen deeltjes uit de zonnewind met atomen of moleculen in de bovenste lagen van de dampkring. Deze botsingen veroorzaken ionisatieprocessen, waarbij licht met verschillende golflengten (en dus kleuren) wordt uitgezonden. Normaliter worden energetische deeltjes in de stralingsgordels van de magnetosfeer vastgehouden en dringen slechts enkele via magnetische veldlijnen de dampkring binnen boven ringvormige zones rond de magnetische polen. Boven zo'n zone, doorgaans met een typische breedte van 5 lengtegraden op ongeveer 10 tot 20 graden afstand van een pool, is voortdurend sprake van een diffuse gloed. Door verstoringen in het geomagnetisch veld, zoals tijdens een geomagnetische storm, kan de zone zich uitbreiden en neemt het aantal geladen deeltjes dat in aanraking komt met de dampkring (sterk) toe. Aurora kan zich dan zeer helder en kleurrijk voordoen in de vorm van stralenbundels en bewegende gordijnen van licht.   


Aurora australis
Ook wel zuiderlicht genoemd: een lichtverschijnsel boven het zuidelijk halfrond als gevolg van botsingen van geladen deeltjes uit de zonnewind met atomen of moleculen in de bovenste lagen van de dampkring. Deze botsingen veroorzaken ionisatieprocessen, waarbij licht met verschillende golflengten (en dus kleuren) wordt uitgezonden. Normaliter worden energetische deeltjes in de stralingsgordels van de magnetosfeer vastgehouden en dringen slechts enkele via magnetische veldlijnen de dampkring binnen boven ringvormige zones rond de magnetische polen. Boven zo'n zone, doorgaans met een typische breedte van 5 lengtegraden op ongeveer 10 tot 20 graden afstand van een pool, is voortdurend sprake van een diffuse gloed. Door verstoringen in het geomagnetisch veld, zoals tijdens een geomagnetische storm, kan de zone zich uitbreiden en neemt het aantal geladen deeltjes dat in aanraking komt met de dampkring (sterk) toe. Aurora australis kan zich dan zeer helder en kleurrijk voordoen in de vorm van stralenbundels en bewegende gordijnen van licht.   


Aurora borealis   
Ook wel noorderlicht genoemd: een lichtverschijnsel boven het noordelijk halfrond als gevolg van botsingen van geladen deeltjes uit de zonnewind met atomen of moleculen in de bovenste lagen van de dampkring. Deze botsingen veroorzaken ionisatieprocessen, waarbij licht met verschillende golflengten (en dus kleuren) wordt uitgezonden. Normaliter worden energetische deeltjes in de stralingsgordels van de magnetosfeer vastgehouden en dringen slechts enkele via magnetische veldlijnen de dampkring binnen boven ringvormige zones rond de magnetische polen. Boven zo'n zone, doorgaans met een typische breedte van 5 lengtegraden op ongeveer 10 tot 20 graden afstand van een pool, is voortdurend sprake van een diffuse gloed. Door verstoringen in het geomagnetisch veld, zoals tijdens een geomagnetische storm, kan de zone zich uitbreiden en neemt het aantal geladen deeltjes dat in aanraking komt met de dampkring (sterk) toe. Aurora borealis kan zich dan zeer helder en kleurrijk voordoen in de vorm van stralenbundels en bewegende gordijnen van licht.   


Azimutale montering
Type montering waarvan de twee bewegingassen respectievelijk parallel aan en loodrecht op het aardoppervlak staan. Hiermee kan het instrument op de montering zowel verticaal (altitude) als horizontaal (azimuth) worden bewogen.    


Azimuth
Eén van de coördinaten uit het horizontale coördinatenstelsel. Geeft de richting aan waarin een hemelobject wordt waargenomen: de hoekafstand vanaf het noordpunt aan de horizon tot aan het punt in oostelijke richting waar de grootcirkel door het zenith en het middelpunt van het hemelobject de horizon snijdt.