B
 
Baan

Het traject dat een object in de ruimte - al dan niet om een ander hemellichaam - volgt.   


Baanelement
Grootheid die mede is vereist om de baan en de positie van een hemellichaam te kunnen beschrijven.   


Baanhelling
Ook wel inclinatie of glooiingshoek genoemd: de hoek die het baanvlak van een object in de ruimte maakt met een basisvlak. Meestal geldt het equatoriale vlak van het moederlichaam waar het object omheen draait als basisvlak. Voor het berekenen van de baanhellingen van objecten in een baan om de zon, zoals de planeten, nemen astronomen echter vaker het baanvlak van de aarde als uitgangspunt.   


Baily's beads
Visuele 'keten' van schitterende lichtpunten langs de rand van de maanschijf aan de hemel, vlak vóór en vlak ná een totale zonsverduistering. Het verschijnsel wordt veroorzaakt door oneffenheden in het maanlandschap, die enkele lichtstralen van de verder verduisterde zon nog nét doorlaten.   


Balkspiraalstelsel
Type sterrenstelsel waarvan de spiraalarmen lijken te ontspringen aan de twee uiteinden van een lange balkvormige structuur, bestaande uit gas, stof, sterren en andere materie, en die tevens de kern (nucleus) van het stelsel vormt.   


Bedekking
Ook wel occultatie genoemd: het verschijnsel dat zich voordoet wanneer een ogenschijnlijk klein object in het heelal aan het zicht wordt onttrokken door een ogenschijnlijk (veel) groter object. Bedekkingen van sterren door de maan doen zich voor waarnemers op aarde zeer regelmatig voor. Zeldzamer zijn bijvoorbeeld planeetbedekkingen door de maan en bedekkingen van sterren door planetoïden of planeten.   


Bedekkingsveranderlijke
Ster in een dubbelstersysteem die periodiek in helderheid lijkt te veranderen doordat beide componenten in het stelsel elkaar vanuit de positie van de waarnemer beurtelings (deels) afschermen voor de waarnemer.   


Begeleider
Vaak de term waarmee astronomen een minder heldere component in een dubbelstersysteem aanduiden. Naar de helderste ster in een dergelijk stelsel wordt doorgaans verwezen met de term hoofdster.   


Belinda     
Een onregelmatig gevormde maan van de planeet Uranus, die in 1986 werd gedetecteerd door de Amerikaanse ruimteverkenner Voyager 2. Met een straal van ongeveer 34 kilometer behoort Belinda tot de kleinste satellieten van Uranus. De satelliet draait in een vrijwel cirkelvormige baan op ongeveer 65.000 kilometer afstand van de ijsreus.   


Benedenconjunctie   
Toestand van een binnenplaneet (Venus of Mercurius) wanneer deze zich in zijn baan zo dicht mogelijk bij de fictieve lijn tussen de aarde en de zon bevindt. Op dit punt is de planeet voor waarnemers tijdelijk onzichtbaar in de zonnegloed, tenzij er gebruik wordt gemaakt van een lichtgevoelige telescoop. Om de planeet Venus is dan een ring van licht te zien als gevolg van de aanwezigheid van haar dampkring. Als een binnenplaneet de lijn aarde-zon tijdens een benedenconjunctie daadwerkelijk kruist, is er tevens sprake van een overgang.   


Beta Lyrae variabele
Type dubbelster waarvan de twee componenten in zeer nauwe banen om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien en elkaar daarbij regelmatig (deels) afschermen, waardoor ook hun helderheid periodiek varieert. Door de enorme gravitatiekrachten die de componenten van een Beta Lyrae systeem op elkaar uitoefenen, worden hun vormen verstoord en is er sprake van een materiestroom tussen beide componenten. De term Beta Lyrae variabele wordt ontleend aan de gelijknamige, op één na helderste, ster van het sterrenbeeld Lier, waarbij de juist genoemde eigenschappen voor het eerst werden vastgesteld.   


Betelgeuze
Alpha Orionis: met een gemiddelde helderheid van magnitude +0,6 de op één na helderste ster van het sterrenbeeld Orion. Betelgeuze wordt gekenmerkt door zijn rode kleur en is een veranderlijke ster in de M2-klasse aan het eind van zijn bestaan. Astronomen verwachten dat het leven van deze rode reus binnen enkele tienduizenden jaren kan eindigen in een supernova.   


Bianca     
Satelliet van de planeet Uranus. Het maantje, dat in 1986 werd ontdekt op opnamen van de Voyager 2, heeft een straal van ongeveer 25 kilometer en bevindt zich in een licht excentrische baan op ongeveer 60.000 kilometer afstand van Uranus.   


Big Bang
Engels term voor de oerknal: de ‘geboorte' van het heelal uit het niets, zoals omschreven in de Big Bang Theory. Hoewel die theorie nog steeds omstreden is, gaan veel astronomen er vanuit dat deze enorme oerexplosie zo'n 13 miljard jaar geleden verantwoordelijk was voor het ontstaan van tijd, ruimte en materie.   


Bijschaduw
Ook wel aangeduid als penumbra. Een waarnemer die zich in de bijschaduw van een object bevindt, zal nog een deel van de achterliggende lichtbron kunnen observeren. In de kernschaduw (umbra) daarentegen is de lichtbron geheel aan het zicht onttrokken. Met andere woorden: de bijschaduw is het lichtere deel van de schaduw van een object. Puntvormige lichtbronnen kunnen vanzelfsprekend géén bijschaduw teweegbrengen. De term wordt vooral gebruikt inzake zons- en maansverduisteringen.   


Bijzon
Ook wel parhelium genoemd: een atmosferisch haloverschijnsel dat zich kan voordoen wanneer de zon laag aan de hemel staat en daarbij door een sluier van cirrus schijnt. Wanneer zeshoekige cilindervormige ijskristallen in deze sluier vertikaal georiënteerd zijn, zorgen deze er door refractie en reflectie voor dat op precies 22 graden aan weerszijden van de zon heldere horizontale vlekken in de kleuren van de regenboog ontstaan (bijzonnen).  


Binnenplaneet    Een planeet waarvan de baan binnen de aardbaan ligt. In feite kennen we maar twee échte binnenplaneten: Venus en Mercurius. Toch worden ook de aarde en Mars vaak als binnenplaneten aangeduid, omdat ze zich samen met eerstgenoemden ‘binnen' de banen van de grote gas- en ijsreuzen bevinden.   


Blauwverschuiving
Een verschijnsel dat zich voordoet waneer een (kosmisch) object zich in de richting van de waarnemer beweegt. De golflengte van het licht van het object zal dan – afhankelijk van zijn snelheid – in meer of mindere mate naar het blauwe (kortgolvige) uiteinde van het optische deel van elektromagnetisch spectrum verschuiven. Dit is een gevolg van het Doppler-effect, waardoor de golflengte van het licht van naderende hemellichamen als het ware wordt gecomprimeerd. Blauwverschuiving wordt gemeten aan de hand van de verschuiving van spectraallijnen, die zich onder normale omstandigheden op gedefinieerde posities in het elektromagnetisch spectrum behoren te bevinden.   


Blink comporator
Instrument waarmee meerdere opnamen van een object of van een bepaald hemelgebied met elkaar kunnen worden vergeleken. De blink comparator wisselt fotografische platen snel achter elkaar af, waardoor kleine veranderingen in het beeldveld zichtbaar worden. In astronomisch verband gaat het dan vaak om de verplaatsing van een planetair object. De planeet Pluto, bijvoorbeeld, werd in 1930 met behulp van een blink comparator ontdekt door de astronoom Clyde Tombaugh.   


BL Lacertae object
Ook wel BL lac genoemd: een stellair object waarvan de helderheid voortdurend verandert, vernoemd naar het eerste object dat ooit van dit type werd ontdekt (in het sterrenbeeld Lacerta – Hagedis). Oorspronkelijk werden BL Lacs als veranderlijke sterren beschouwd, maar zij blijken helderder te zijn dan gewone sterren. Wél zijn ze zwakker dan quasars. Vermoedelijk gaat het echter wel degelijk om sterrenstelsels met nuclei waarin zeer veel energie wordt geproduceerd, zij het dat we ze onder een ‘ongunstige' hoek waarnemen.   


Bok-globule
Ook wel bolwolk genoemd: een relatief kleine, donkere en compacte wolk van stof en gas, doorgaans in gasrijke emissienevels, waarin stervorming plaatsvindt. Algemeen wordt aangenomen dat het hier materieconcentraties betreft rondom protosterren, waarvan de inwendige druk en hitte nog niet voldoende is opgelopen om kernfusieprocessen op gang te brengen. De astronoom Bart Jan Bok signaleerde in de jaren veertig van de twintigste eeuw als eerst een dergelijke globule in het heelal.    


Bolide   
Door astronomen ook wel vuurbol of vuurbal genoemd: een relatief grote meteoor met een helder verbrandingsspoor (> magnitude -4). Meer over meteoren.   


Bolshoi telescoop
Een in 1977 door de Sovjet-Unie opgeleverde telescoop in de Kaukasus met een hoofdspiegel van 6 meter. De kijker was jarenlang het grootste optische instrument ter wereld, maar leverde door ernstige constructiefouten géén betere resultaten dan zijn kleinere tegenhangers.   


Bolhoop   
Ook wel bolvormige sterrenhoop of bolvormige cluster genoemd: een zeer compacte en door de zwaartekracht bijeengehouden bolvormige verzameling sterren, die zich – in tegenstelling tot een open sterrenhoop – buiten het Melkwegstelsel bevindt. Bolhopen bevatten vaak honderdduizenden sterren en concentreren zich voornamelijk in het perifere ruimtelijke gebied rondom ons sterrenstelsel, de halo. De sterrendichtheid in een bolhoop is aanzienlijk groter dan in de spiraalarmen van het Melkwegstelsel. Mede hierdoor vallen zijn ze opgewassen tegen de grote gravitatiekrachten van ons sterrenstelsel. Bolhopen worden met een gemiddelde leeftijd van ruim tien miljard jaar gerekend tot de oudste objecten in het heelal.   


Bolvormige cluster   
Ook wel bolvormige sterrenhoop of bolhoop genoemd: een zeer compacte en door de zwaartekracht bijeengehouden bolvormige verzameling sterren, die zich – in tegenstelling tot een open sterrenhoop – buiten het Melkwegstelsel bevindt. Bolvormige clusters bevatten vaak honderdduizenden sterren en concentreren zich voornamelijk in het perifere ruimtelijke gebied rondom ons sterrenstelsel, de halo. De sterrendichtheid in een bolvormige cluster is aanzienlijk groter dan in de spiraalarmen van het Melkwegstelsel. Mede hierdoor vallen zijn ze opgewassen tegen de grote gravitatiekrachten van ons sterrenstelsel. Bolvormige clusters worden met een gemiddelde leeftijd van ruim tien miljard jaar gerekend tot de oudste objecten in het heelal.   


Bolvormige sterrenhoop
   
Ook wel bolhoop of bolvormige cluster genoemd: een zeer compacte en door de zwaartekracht bijeengehouden bolvormige verzameling sterren, die zich – in tegenstelling tot een open sterrenhoop – buiten het Melkwegstelsel bevindt. Bolvormige sterrenhopen bevatten vaak honderdduizenden sterren en concentreren zich voornamelijk in het perifere ruimtelijke gebied rondom ons sterrenstelsel, de halo. De sterrendichtheid in een bolvormige sterrenhoop is aanzienlijk groter dan in de spiraalarmen van het Melkwegstelsel. Mede hierdoor vallen zijn ze opgewassen tegen de grote gravitatiekrachten van ons sterrenstelsel. Bolvormige sterrenhopen worden met een gemiddelde leeftijd van ruim tien miljard jaar gerekend tot de oudste objecten in het heelal.   


Bolwolk
Ook wel Bok-globule genoemd: een relatief kleine, donkere en compacte wolk van stof en gas, doorgaans in gasrijke emissienevels, waarin stervorming plaatsvindt. Algemeen wordt aangenomen dat het hier materieconcentraties betreft rondom protosterren, waarvan de inwendige druk en hitte nog niet voldoende is opgelopen om kernfusieprocessen op gang te brengen. De astronoom Bart Jan Bok signaleerde in de jaren veertig van de twintigste eeuw als eerst een dergelijke bolwolk in het heelal.    


Booggraad
Ook wel afgekort tot graad: een meeteenheid voor hoekafstanden aan de hemelbol. Eén booggraad is 1/360ste deel van een grootcirkel en 1/180ste van een meridiaan. In de astronomie wordt de eenheid onder meer gebruikt om de positie van, of de schijnbare afstanden tussen, hemellichamen aan te duiden. Eén booggraad bestaat weer uit zestig boogminuten.   


Boogminuut
Een meeteenheid voor de hoekafstand. Eén boogminuut is een zestigste deel van een booggraad. In de astronomie wordt de eenheid onder meer gebruikt, om de positie en de schijnbare grootte van, of de schijnbare afstanden tussen, hemellichamen te duiden. Eén boogminuut bestaat weer uit zestig boogseconden.  


Boogseconde
Een meetenheid voor de hoek(afstand). Eén boogseconde is een zestigste deel van een boogminuut, ofwel 1/3600ste deel van een boograad. In de astronomie wordt de eenheid onder meer gebruikt, om de positie en de schijnbare grootte van, of de schijnbare afstanden tussen, hemellichamen te duiden.   


Bovenconjunctie   
Toestand van een planeet wanneer deze zich in zijn baan zo dicht mogelijk bij het verlengde van de fictieve lijn aarde-zon achter de zon bevindt. Op dit punt is de planeet voor waarnemers tijdelijk onzichtbaar in de zonnegloed, tenzij er gebruik wordt gemaakt van een lichtgevoelige telescoop. Als een planeet de lijn zon-aarde tijdens bovenconjunctie daadwerkelijk kruist, is er tevens sprake van een bedekking.   


Brahe, Tycho
Een Deense geleerde uit de zestiende eeuw die zich realiseerde dat het Ptolemeïsche wereldbeeld niet klopte. In plaats daarvan opperde hij een model waarin de zon en de maan om de aarde bewegen. De overige planeten zouden zich volgens hem in een baan om de zon bevinden. Tycho Brahe was een vaardige waarnemer: zijn sterrencatalogus was voor zijn tijd zeer nauwkeurig en uitgebreid. Het was uiteindelijk zijn laatste leerling, Johannes Kepler, die met behulp van zijn observaties de drie Laws of planetary motion (Wetten van Kepler) formuleerde.   


Brandpunt
Ook wel focus genoemd: het punt (f) waarin de lichtbundels van een oneindig ver verwijderd object worden geconcentreerd na breking door een positieve vergrotende lens of na terugkaatsing door een parabolische spiegel. Indien dit onafhankelijk van andere optiek in een optisch instrument gebeurt, spreekt men ook wel van het primaire brandpunt.   


Breking
In het geval van lichtbreking ook wel refractie genoemd: het afbuigen, ofwel ‘breken', van lichtstralen wanneer deze een transparant medium (lens, atmosfeer, prisma, etc.) doorkruisen.   


Breedtegraad
Ook wel afgekort tot breedte: één van de twee coördinaten waarmee de positie van een punt op een sferisch object, zoals de aarde of een planeet, wordt aangegeven. De breedte waarop een punt ligt, is de boogafstand ten noorden (positieve breedte) of ten zuiden (negatieve breedte) van een evenaar. Als het om een locatie op aarde gaat, spreken we ook wel over de geografische breedte.   


Broeikaseffect
Opwarming van een planeet als gevolg van de absorptie van aardwarmte door broeikasgassen in een atmosfeer. Hoewel het broeikaseffect vaak in een negatieve context wordt geplaatst, is het voor leven op aarde van groot belang. Zonder het broeikaseffect zou de aarde zijn afgekoeld tot ver beneden het vriespunt en was er vermoedelijk geen (menselijk) leven mogelijk geweest. Op aarde bestaat het broeikaseffect vooral dankzij de aanwezigheid van gassen als koolstofdioxide, methaan en waterdamp in de atmosfeer. Veel wetenschappers denken dat de uitstoot van broeikasgassen door industriële processen een versterkt broeikaseffect tot gevolg heeft.    


Bruine dwerg
Door astronomen dikwijls aangemerkt als een 'mislukte ster': een hemellichaam met te weinig massa om een kernfusieproces op gang te brengen, en te veel om als (gas)planeet te worden geclassificeerd. De massa van bruine dwergen varieert tussen 13 en 80 keer de massa van Jupiter. Ze produceren weliswaar energie als gevolg van hun inwendige contractie, maar bezitten zelden een oppervlaktetemperatuur hoger dan 1500 graden Celsius.    


Buiging
Ook wel diffractie genoemd: het verschijnsel dat een mechanische of een elektromagnetische golf een ondoordringbaar obstakel passeert door afbuiging.   


Buitenplaneet   
Officieel: een planeet waarvan de baan buiten de aardbaan ligt. Het kan dan gaan om Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus of Neptunus. In de praktijk wordt de term echter vaker gebruikt om naar de planeten te verwijzen die zich ‘buiten' de baan van de planetoïdengordel bevinden.