E
 
Eclips   
De verduistering van een hemellichaam wanneer een ander astronomisch object het (deels) aan het oog van de waarnemer onttrekt of het (deels) in een schaduw hult. Meestal wordt de term 'eclips' gebruikt in het geval van een, al dan niet totale, zonsverduistering.    


Ecliptica   
Het schijnbare pad van de zon langs de sterrenhemel, dat ontstaat door de jaarlijkse omloop van de aarde om de zon. Langs en nabij de ecliptica bewegen zich ook de meeste andere planeten en vinden we tevens de sterrenbeelden van de Dierenriem. Ook het vlak in het zonnestelsel waarin de aarde haar baan om de zon beschrijft, wordt wel de ecliptica genoemd.    


Efemeride
Reeks van zorgvuldig (vooruit)berekende posities van een hemellichaam aan de hemel.    


Eigenbeweging
De verplaatsing van een ster ten opzichte van de achtergrondsterren die wordt veroorzaakt door enerzijds de beweging van de zon en anderzijds de beweging van de waargenomen ster door het Melkwegstelsel. De parallax wordt bij het berekenen van de eigenbeweging van een ster, meestal weergegeven in boogseconden per jaar, volledig buiten beschouwing gelaten.    


Elektromagnetisch spectrum
De - al dan niet grafisch weergegeven - verdeling van soorten elektromagnetische straling: van laagenergetische naar hoogenergetische straling, ofwel van lage naar hoge frequentie (en dus van lange naar korte golflengte). In een elektromagnetisch spectrum worden achtereenvolgens een aantal primaire ‘gebieden' onderscheiden: radiostraling, microstraling, infraroodstraling, zichtbare straling, ultraviolette straling, röntgenstraling en gammastraling.    


Elektromagnetische golf
De voortplanting door de ruimte van elektrische en magnetische velden die met een hoge frequentie gelijktijdig van richting wisselen. Daarbij blijven ze altijd loodrecht op elkaar staan. Dit verschijnsel kan ook wel als een (dubbele) golf worden beschreven. In tegenstelling tot mechanische golven, kunnen elektromagnetische golven zich (ook) in een vacuüm voortbewegen.   


Elektromagnetische straling
Verzamelnaam voor alle soorten zich door de ruimte voortplantende en energie transporterende elektromagnetische golven. De frequentie van een dergelijke golf bepaalt het energiveau en daarmee ook om wat voor soort straling uit het gehele denkbare elektromagnetische spectrum het gaat. Licht is de bekendste vorm van elektromagnetische straling, omdat deze waarneembaar is voor het menselijk oog.   


Elektron
Elementair deeltje dat bekend staat als het kleinste deeltje met een negatieve elektrische lading en dat - zij het sporadisch - ook wel wordt aangeduid als het negaton.    


Element
Een stof bestaande uit atomen met een gelijke en unieke kernlading, die op chemische wijze niet te ontleden is in andersoortige stoffen. Het chemische karakter van een element wordt bepaald door het aantal protonen in de atoomkern. Dit aantal vormt tevens het onderscheidende atoomnummer van het element. Voorbeelden van elementen zijn waterstof (nr. 1), zuurstof (nr. 8) en uranium (nr. 92).    


Elementair deeltje
Een deeltje op subatomaire schaal dat - voor zover bekend - niet is samengesteld uit nog kleinere deeltjes. In de prille jaren van de deeltjesfysica gingen onderzoekers er vanuit dat protonen en neutronen niet waren opgebouwd uit kleinere componenten en dus elementaire deeltjes waren. Inmiddels is dit achterhaald en zijn er talrijke nieuwe elementaire deeltjes ontdekt.    


Elevatie
Ook wel altitude of - gewoon - hoogte genoemd: de hoek in graden die een ster of een ander astronomisch object vanaf een waarneempositie maakt met een horizon.    


Ellips
Een soort ovaal. Veel hemellichamen, waaronder de planeten, draaien niet in perfecte cirkels om de zon, maar - zoals Johannes Kepler stelde in zijn ‘Eerste wet van Kepler' - eerder in licht elliptische banen. Een ellips heeft altijd twee foci (brandpunten). In het zonnestelsel bevindt de zon zich altijd in één van de brandpunten van een planeetbaan.    


Elongatie
De vanaf aarde waargenomen hoekafstand tussen de zon en een ander hemellichaam. Als dit hemellichaam aan de hemel precies tegenover de zon staat, en dus in oppositie verkeert, is de elongatie exact 180 booggraden.    


Emissielijn
Een smal golflengtegebied (een spectraallijn) binnen het elektromagnetisch spectrum van een stralingsbron waarin de stralingsintensiteit relatief hoog is. Dit wordt veroorzaakt door atomen of moleculen in de bron die in een lagere energietoestand overgaan en daarbij op een specifieke golflengte straling uitzenden. Omdat ieder element unieke emissielijnen veroorzaakt, kunnen emissielijnen in het emissiespectrum van een stralingsbron (zoals een ster) wetenschappers helpen bij het achterhalen van de chemische samenstelling van de stralingsbron.    


Emissienevel   
Een gasconcentratie in het heelal die onder invloed van de intense (ultraviolette) straling van één of meer nabije sterren wordt geïoniseerd en daardoor zelf licht gaat uitstralen. Omdat emissienevels doorgaans voor een groot deel uit waterstof bestaan, stralen ze vaak opvallend veel licht uit op de golflengte van de H-alpha emissielijn. Dit licht is dieprood van kleur.    


Emissiespectrum
Ook wel lijnenspectrum genoemd: het spectrum van een gloeiende stralingsbron, waarin – anders dan in een continu spectrum - heldere emissielijnen zichtbaar zijn. Deze emissielijnen zijn karakteristiek voor de uitstralende stof(fen) in de stralingsbron. Ieder element heeft een uniek emissiespectrum en zodoende een eigen 'vingerafdruk'.    


Epicykel
Een door Claudius Ptolemaeus beschreven 'hulpmiddel' om de bewegingen van de planeten aan het firmament te verklaren binnen de filosofie van het geocentrische wereldbeeld. In zijn werk Almagest zette hij een wiskundig model op papier waarin hij gebruik maakte van de epicykel: een cirkelvormige baan die een planeet zou doorlopen terwijl het middelpunt van deze epicykel een baan beschrijft in een veel grotere cirkel (de draagcirkel) met de aarde in het centrum.    


Epoch
In astronomisch verband: een afgerond tijdstip waarop bepaalde regels of gegevens met betrekking tot één of meerdere hemellichamen (zoals baanelementen of coördinaten) geldig zijn. Deze kunnen immers veranderen als gevolg van de precessiebeweging van de aarde of eigenbewegingen.    


Evenaar
Ook wel equator genoemd: de denkbeeldige (groot)cirkel over het oppervlak van een sferisch gevormd hemellichaam die precies tussen beide polen ligt en het hemellichaam in een noordelijk en een zuidelijk halfrond verdeelt.    


Equator
Ook wel evenaar genoemd: de denkbeeldige (groot)cirkel over het oppervlak van een sferisch gevormd hemellichaam die precies tussen beide polen ligt en het hemellichaam in een noordelijk en een zuidelijk halfrond verdeelt.    


Equatoriale coördinatenstelsel
Het coördinatenstelsel dat de denkbeeldige projectie van de aardse evenaar op de hemel (de hemelequator) als uitgangspunt heeft. Het lentepunt, het punt waarop de zon de hemelequator ieder jaar in maart passeert, fungeert in dit stelsel als nulpunt (Rechte Klimming = 0, Declinatie = 0).    


Equatoriale montering
Een montering voor een astronomisch instrument die zodanig kan worden afgesteld dat de hoofdas, de zogeheten RA-as, parallel loopt aan de rotatieas van de aarde – en dus naar het punt aan de hemel wijst waar alle sterren omheen lijken te draaien. Hierdoor hoeft de gebruiker alléén deze (eventueel gemotoriseerde) ‘uur-as' te bewegen om ervoor te zorgen dat de sterren en de meeste andere hemellichamen in het beeldveld van het instrument blijven. De secundaire as, de zogeheten declinatie-as, staat loodrecht op de RA-as en loopt dus altijd parallel aan het equatoriale vlak van de aarde.    


Equinox
Het moment waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat, Dit gebeurt twee keer per jaar: zowel tijdens de lente-equinox (20/21 maart) als tijdens de herfstequinox (22/23 september). In beide gevallen staat de zon dan in een punt waar de hemelequator de ecliptica snijdt. Tijdens de lente-equinox bevindt de zon zich precies in het zogeheten lentepunt aan de hemel, ofwel het nulpunt van het equatoriale coördinatenstelsel.   


Excentriciteit
De mate waarin de baan van een hemellichaam afwijkt van een perfecte cirkel (excentriciteit = 0). Iedere elliptische baan bezit twee brandpunten en heeft daarom per definitie een excentriciteit die groter is dan 0, maar kleiner dan 1 (van licht naar extreem elliptisch). Een niet-gesloten parabolische baan heeft een excentriciteit van exact 1, terwijl elk type hyperbolische baan een excentriciteit heeft die groter is dan 1.