Enceladus

Manen van
Saturnus:


Pan
Atlas
Prometheus
Pandora
Epimetheus
Janus
Mimas
Enceladus
Tethys
Telesto
Calypso
Dione
Helene
Rhea
Titan
Hyperion
Iapetus
Phoebe
Paaliaq
Albiorix
Siarnaq

( Manen met een diameter > 20 kilometer )





De vele astronomen die Enceladus intensief bestuderen, verspillen hun tijd niet. De op vijf na grootste maan van Saturnus is namelijk veel méér dan een uit de kluiten gewassen ijsbal die bijna honderd procent van het invallende zonlicht reflecteert. Geisers die waterdamp uitspuwen, warmtebronnen én talloze tektonische structuren tonen aan dat Enceladus ‘leeft’. Althans, in geologisch opzicht. De vraag of hiermee – met de al aangetoonde aanwezigheid van organische stoffen – mogelijk ook écht (microbiologisch) leven op de satelliet voorkomt, maakt Enceladus één van de spannendste hemellichamen in het zonnestelsel.



Dat het oppervlak van de maan, die ongeveer 500 kilometer in diameter is, relatief schaars is bekraterd en daarbij ook nog een ongewoon hoog albedo heeft, deed onderzoekers al sinds de passages van de Voyagers in 1980 en 1981 vermoeden dat ‘iets’ het landschap met regelmaat van een ‘verse’ ijslaag voorzag. In eerste instantie hielden zij er rekening mee dat er een exogeen proces aan het werk was; bijvoorbeeld een aanhoudende regen van ijzige deeltjes vanuit de E-ring van Saturnus, waarin Enceladus’ baan is ingebed.

De waarneming dat het maanlandschap wordt gedomineerd door een wirwar van langgerekte en vervormde scheuren, breuklijnen en heuvelruggen, verschoof de aandacht echter al snel naar mogelijke endogene processen. Dergelijke structuren zijn karakteristiek voor een betrekkelijk dunne ijskorst die voortdurend in beweging is. Doordat Enceladus zich vrij dicht bij Saturnus bevindt, in een elliptische baan beweegt, én doordat de satellieten Dione en Tethys op hem inwerken, is het niet alleen mogelijk dat de maan voortdurend door gravitatiekrachten wordt ‘gekneed’, maar óók dat zijn inwendige relatief warm blijft.

Inmiddels staat vast dat Enceladus geologisch en cryovulkanisch actief is. Zo heeft de Amerikaanse sonde Cassini boven het zuidpoolgebied van de maan 'pluimen' van zowel ijsdeeltjes als geïoniseerd waterdamp waargenomen. Naar schatting komt hierdoor per uur zo'n 450 ton waterdamp vrij, waardoor zelfs een uiterst ijle doch permanente dampkring ontstaat. Mogelijk is Enceladus zelfs de belangrijkste bron van materiaal voor de E-ring rondom Saturnus. Het uitgestoten materiaal blijkt hiernaast rijk aan zouten en vertoont sporen van organische stoffen. In hetzelfde gebied registreerde de ruimteverkenner warmtebronnen en breuklijnen gevuld met blauwhelder en zuiver ijs dat niet veel ouder kan zijn dan duizend jaar.



Al deze gegevens maken het aannemelijk dat onder het oppervlak van Enceladus een uitgestrekte oceaan van vloeibaar water schuilgaat, óf dat vloeibaar water onder hoge druk wordt opgeslagen in 'kamers' die zich vlak onder de korst bevinden. Naast gravitationele verwarming zorgen mogelijk ook andere processen, zoals het radioactieve verval van andere stoffen en de vermenging van water met ammonia, ervoor dat het water niet bevriest. Enceladus geldt momenteel als één van de meest waarschijnlijke herbergers van primitieve levensvormen in het zonnestelsel.

Auteur(s):     A.S.





Enceladus in cijfers
Gemiddelde diameter 504 km
Massa 1,08022 × 10^20 kg
Gemiddelde dichtheid 1,609 g/cm^3
Zwaartekracht aan oppervlak 0,111 m/s^2
Gemiddelde afstand tot het centrum van Saturnus 237.948 km
Omlooptijd 32 u 53 m 07 s
Hoek rotatieas
Rotatieperiode 32 u 53 m 07 s
Weerkaatsingsvermogen 0,9
Temperatuur aan oppervlak min. 33 K
gem. 75 K
max. 145 K
Databron: NASA