F
 
Fakkelveld   
Een relatief hete en heldere structuur op het zichtbare oppervlak van de zon, de fotosfeer. Fakkelvelden manifesteren zich vaak in de buurt van zonnevlekkengroepen, maar kunnen ook geïsoleerd in magnetisch actieve gebieden verschijnen – al dan niet als voorbode van zonnevlekken. Omdat de randgebieden van de zonneschijf voor waarnemers op aarde minder helder overkomen, zijn fakkelvelden daar meestal het best zichtbaar.    


Fase
De toestand van de schijngestalte van de maan, een planeet of een ander hemellichaam voor een waarnemer op een bepaalde positie. In het algemeen wordt de fase geduid met het percentage van de naar de waarnemer gekeerde zijde van een hemellichaam dat door de zon wordt verlicht. Specifiek voor onze eigen maan, hebben enkele fases, of schijngestalten, in de volksmond een naam gekregen. Zo wordt met volle maan gerefereerd naar de 100-procent fase, met nieuwe maan naar de 0-procent fase, en met eerste kwartier (ná nieuwe maan) of laatste kwartier (vóór nieuwe maan) naar de 50-procent fase.    


Fasehoek
De hoek lichtbron-reflectiebron-waarnemer. In astronomisch verband gaat het meestal om de hoek die de zon en de aarde maken ten opzichte van een hemellichaam, zoals de maan of een planeet.    


Flare   
Populaire benaming van een zonnevlam: een explosieve gebeurtenis in de zonneatmosfeer, waarbij energie die wordt vastgehouden in magnetische velden vrijkomt. Dit veroorzaakt een plotselinge en sterke toename van hoogenergetische elektromagnetische straling, waaronder röntgen- en gammastraling. De grootste flares worden, op basis van hun röntgenstralingproductie op golfengten tussen 1 en 8 Ångstrom, in de klassen C, M en X ingedeeld. Een relatief milde C-flare produceert in dit golflengtegebied tussen de 10^-6 en 10^-5 Watt per vierkante meter. Bij een zware M-flare ligt deze productie tussen de 10^-5 en 10^-4 Watt per vierkante meter. Zeer zware X-flares, ten slotte, zijn zeldzaam en brengen tussen 10^-4 en 10^-3 Watt per vierkante meter voort in het golflengtegebied tussen 1 en 8 Ångstrom. Door een flare kan, naast een eruptie van straling, ook een coronale massa-ejectie (CME) van geladen materie plaatsvinden.    


Flux
De hoeveelheid massa, energie óf (soorten) deeltjes die per tijdseenheid door een bepaalde oppervlakte-eenheid stroomt. Diverse satellieten in het heelal meten bijvoorbeeld de flux van de zonnestraling op bepaalde golflengten, of van de flux van protonen en elektronen met een bepaalde energie in de magnetosfeer van de aarde.    


Focus
Ook wel brandpunt genoemd: het punt (f) waarin de lichtbundels van een oneindig ver verwijderd object worden geconcentreerd na breking door een positieve vergrotende lens óf na terugkaatsing door een parabolische spiegel. Indien dit onafhankelijk van andere optiek in een optisch instrument gebeurt, spreekt men ook wel van het primaire focus.   


Fotosfeer   
De onderste zichtbare laag in de atmosfeer van een ster, zoals de zon. In de ongeveer 500 kilometer dikke fotosfeer van de zon heersen temperaturen tussen 6500 (onderin) en 4500 graden Kelvin (op de grens met de hoger gelegen chromosfeer). Vrijwel al het zonlicht dat we kunnen waarnemen, is afkomstig uit deze fotosfeer. Omdat dit het meest zichtbare deel van onze moederster is, en ook omdat optische verschijnselen als granulatie, zonnevlekken en fakkelvelden zich hier voordoen, wordt de fotosfeer ook wel het ‘oppervlak' van de zon genoemd.    


Fonkeling
Ook wel scintillatie of twinkeling genoemd: snelle fluctuaties in de ogenschijnlijke helderheid en/of kleur van een puntvormige lichtbron aan de hemel als gevolg van de aanwezigheid van de aardatmosfeer. Over het algemeen is de mate waarin een dergelijke lichtbron fonkelt afhankelijk van haar hoogte boven de horizon (de dikte van de luchtlaag waardoor het licht de waarnemer bereikt) én de helderheid van het hemellichaam (hoe kleiner de magnitude, hoe meer fonkeling). Maar ook de seeing speelt een belangrijke rol (hoe slechter de seeing, hoe meer fonkeling).    


Frequentie
Het aantal keer dat een gebeurtenis, zoals een trilling, een golf of een verandering, zich in een bepaald tijdsbestek voordoet. Met betrekking tot elektromagnetische straling, duidt de frequentie op het aantal elektromagnetische golven dat per seconde bij een ontvanger aankomt. De frequentie van elektromagnetische straling hangt dus ook sterk samen met de golflengte ervan.    


Front
De grens tussen twee luchtsoorten. Doorgaans wordt met deze term het scheidingsvlak aangeduid tussen koude en warme luchtmassa's. Afhankelijk van het type lucht dat de andere luchtsoort verdrijft, wordt onderscheid gemaakt tussen een koufront en een warmtefront. Fronten zijn de belangrijkste oorzaak van diverse weersverschijnselen