G
 
Galactische cluster   
Een alternatieve naam voor een open sterrenhoop die zich in het galactische vlak van het Melkwegstelsel bevindt; en dus niet in de halo eromheen, waar we vooral bolvormige sterrenhopen vinden.    


Galileïsche maan   
Een term die betrekking kan hebben op één van de vier grootste manen van Jupiter: Io, Europa, Ganymedes of Callisto. Deze hemellichamen werden in 1610 bij de gasreus ontdekt door de Italiaanse geleerde Galileo Galilei. De Galileïsche manen gelden daarmee als de eerste satellieten die bij een andere planeet dan de aarde zijn waargenomen.    


Galileo Galilei
Een Italiaanse astronoom, natuurkundige, wiskundige en filosoof die leefde tussen 1564 en 1624. Hij was de eerste die systematisch astronomische waarnemingen verrichtte met behulp van een telescoop en deze ook beschreef. Zo signaleerde hij onder meer als eerste de vier helderste manen van Jupiter, de kraterrijke structuren op de maan en de schijngestalten van de planeet Venus. Met zijn waarnemingen ondersteunde hij, zeer tegen de zin van de geestelijkheid, de theorie dat niet de aarde maar de zon in het middelpunt van het zonnestelsel stond.    


Gammastraling
Type hoogenergetische elektromagnetische straling met golflengten korter dan 10 picometer (10 x 10^-12 m). Gammastraling wordt ook wel aangeduid als γ-straling en bezit een nog hoger energieniveau dan röntgenstraling. Processen die gammastraling produceren zijn onder meer radioactief verval, energieovergangen in atomen en annihilatie. Gammastraling bezet een afzonderlijk 'gebied' in het elektromagnetisch spectrum.   


Gasreus
Een relatief grote planeet die niet primair uit gesteenten of andersoortige vaste materie is opgebouwd, maar grotendeels uit stoffen die onder normale omstandigheden in gasvorm verkeren. In het zonnestelsel staan de planeten Jupiter en Saturnus (en voorheen ook Uranus en Neptunus) bekend als gasreuzen, omdat ze voor het merendeel uit waterstof en helium bestaan.   


Gebonden rotatie

Ook wel synchrone rotatie genoemd: het verschijnsel dat de tijd waarin een satelliet om zijn eigen as draait (roteert) door getijdeneffecten gelijk is geworden aan de tijd waarin de satelliet één omloop voltooit. Een gevolg hiervan is dat een satelliet met een gebonden rotatie altijd het zelfde halfrond naar zijn moederlichaam (meestal een planeet) richt. De meeste grote satellieten in het zonnestelsel, waaronder de maan, bezitten een gebonden rotatie.   


Gegenschein
Zeer zwak lichtschijnsel aan de nachthemel nabij het antisolaire punt. Gegenschein is het beste te zien wanneer de zon zich ver beneden de horizon bevindt (midwinter voor het noordelijk halfrond). Gegenschein manifesteert zich doorgaans in een ovaalvormig hemelgebied van enkele graden breed en ruwweg tien graden lang en wordt veroorzaak doordat stofdeeltjes in het ecliptsich vlak van het zonnestelsel zonlicht reflecteren.   


Gemeenschappelijk zwaartepunt
Ook wel massamiddelpunt genoemd: het punt tussen twee of meer objecten in het heelal waarin ze elkaar gravitationeel in balans houden en waar ze omheen draaien. Zo bewegen de maan en de aarde feitelijk om een gemeenschappelijk zwaartepunt – dat zich overigens nog binnen de mantel van onze planeet bevindt. In meer complexere systemen met meerdere objecten met uiteenlopende massa's, zoals het zonnestelsel, is het gemeenschappelijk zwaartepunt voortdurend in beweging ten opzichte van het object met de meeste massa.   


Geomagnetische storm   
Een tijdelijke krachtige verstoring van de magnetosfeer van de aarde (bij Kp-waarden groter dan 5) als gevolg van – al dan niet abrupte – fluctuaties in de zonnewind. Tijdens een geomagnetische storm neemt de stroom van elektrisch geladen deeltjes in de magnetosfeer en de ionosfeer sterk toe. Dit kan leiden tot verhoogde poollichtactiviteit, maar ook (grote) problemen veroorzaken voor satellietverkeer, communicatie en navigatie. Hiernaast kan inductie optreden in geleidende systemen zoals transformators en generators, waardoor apparaten, elektriciteitsnetwerken en pijpleidingen op aarde beschadigd kunnen raken. Geomagnetische stormen worden ingedeeld in vijf klassen: G1 (zwak), G2 (matig), G3 (sterk), G4 (zeer sterk) en G5 (extreem).   


Geomagnetisch veld   
Ook wel afgekort tot GMV: het magnetisch veld van de aarde. Binnen het geomagnetisch veld bevindt zich tevens een magnetosfeer.   


Gesternte
Synoniem van sterrenbeeld, ook wel constellatie genoemd: een patroon van sterren aan de hemel, vernoemd naar een object, een dier of een mythisch figuur. De sterren in een sterrenbeeld hebben in werkelijkheid geen fysieke connectie; het gaat om een gezichtslijneffect.   


Globule
Term waarmee in de astronomen in feite meestal refereren naar een Bok-globule, ook wel bolwolk genoemd.   


Glooiingshoek
Ook wel inclinatie of hellingshoek genoemd: de hoek die het baanvlak van een object in de ruimte maakt met een basisvlak. Meestal geldt het equatoriale vlak van het moederlichaam waar het object omheen draait als basisvlak. Voor het berekenen van de glooiingshoeken van objecten in een baan om de zon, zoals de planeten, nemen astronomen echter vaker het baanvlak van de aarde als uitgangspunt.   


Grootheid
Een (natuurkundige) eigenschap die kwantificeerbaar is, zoals massa of afstand. Een grootheid wordt daarmee weer numeriek uitgedrukt in een eenheid, zoals kilogram of lichtjaar.   


Golf
De voortplanting van een verstoring in een medium zoals lucht of water (een mechanische golf) óf van gezamenlijk optredende elektrische en magnetische wisselvelden in een - al dan niet luchtledige - ruimte (een elektromagnetische golf).   


Golflengte
De afstand (λ) tussen twee toppen van een continuerende elektromagnetische of mechanische golf. Voor beide natuurlijke golfverschijnselen geldt dat de golflengte kan worden berekend door de snelheid van de golf (bij elektromagnetische straling gelijk aan de lichtsnelheid) te delen door de frequentie ervan. Golflengte wordt gemeten in meters of - zij het minder vaak - in Ångstrom (1 Å = 0,1 nanometer).   


Granulatie   
Snel veranderende korrelige structuren die zichtbaar zijn over vrijwel het gehele zichtbare oppervlak (de fotosfeer) van de zon. Granulatie ontstaat door hete gasladingen die door convectie in het inwendige van de zon als ‘hete gasbellen' de fotosfeer bereiken. Een typische granule heeft een diameter tussen de duizend en tweeduizend kilometer, is enkele honderden graden warmer dan de omgeving en verdwijnt door afkoeling weer na ongeveer tien minuten.    


Groene flits
Een zeldzaam en moeilijk te observeren optisch verschijnsel tijdens zonsondergang als gevolg van atmosferische refractie. Waarnemers met een vrij uitzicht op de horizon zien soms hoe de bovenste rand van de zon groen kleurt wanneer deze al bijna achter de einder is verdwenen. Het verschijnsel duurt maximaal slechts enkele seconden.    


Grootcirkel
Een denkbeeldige cirkel die de hemelbol in exact twee gelijke delen verdeeld.