H
 
Halo (sterrenkunde)
Een min of meer sferisch gebied rondom een sterrenstelsel waarin zich bolvormige sterrenhopen en sporadisch afzonderlijke sterren bevinden. De sterdichtheid in een halo is aanzienlijk lager dan in de kern of in het vlak van een sterrenstelsel en de daar aanwezige sterren zijn gemiddeld miljarden jaren ouder dan de zon.    


Halo (weerkunde)   
Een cirkelvormig optisch verschijnsel rondom de zon of de maan, dat ontstaat door breking van licht in sluiers van ijskristallen in de atmosfeer, doorgaans in cirruswolken op grote hoogte.    


Halve lange baanas
De helft van de maximale diameter van de (ellipsvormige) baan die een hemellichaam beschrijft: een lijn die per definitie vanaf het centrum door één van de beide foci naar de rand van de betreffende baan loopt. Voor astronomen is de halve lange baanas een belangrijk baanelement.    


Heelal
Ook wel de ruimte, de kosmos, het universum of simpelweg de wereld genoemd: het gehele tijd-ruimte-continuüm waarin wij bestaan, inclusief alle materie en energie.    


Heliocentrisme
De veronderstelling dat de zon een centrale positie inneemt. Omdat in de loop der eeuwen duidelijk is geworden dat de zon in het heelal slechts één van de vele sterren is, geldt het heliocentrische wereldbeeld als verouderd en achterhaald. Echter, voor de studie van het zonnestelsel hanteren astronomen vanuit praktische overwegingen nog steeds een heliocentrische benadering.    


Heliosfeer
De belvormige ruimte die het zonnestelsel en het gehele interplanetair magnetisch veld (IMF) omgeeft en waarbinnen de zonnewind overheerst. De heliosfeer eindigt op ten minste 75 AE afstand van de zon en vormt een natuurlijk schild tegen geladen deeltjes uit de interstellaire ruimte.    


Hellingshoek
Ook wel inclinatie of glooiingshoek genoemd: de hoek die het baanvlak van een object in de ruimte maakt met een basisvlak. Meestal geldt het equatoriale vlak van het moederlichaam waar het object omheen draait als basisvlak. Voor het berekenen van de hellingshoeken van objecten in een baan om de zon, zoals de planeten, nemen astronomen echter vaker het baanvlak van de aarde als uitgangspunt.   


Hemelbol
Een denkbeeldige roterende bol of sfeer, met de aarde als middelpunt, waarop alle hemellichamen lijken geprojecteerd.    


Hemelequator
De denkbeeldige projectie van de aardse evenaar op de hemelbol, die daarmee per definitie in hetzelfde vlak ligt.    


Hemelevenaar
Doorgaans hemelequator genoemd: de denkbeeldige projectie van de aardse evenaar op de hemelbol, die daarmee per definitie in hetzelfde vlak ligt.    


Hemelkoepel
Het deel van de hemelbol dat zich voor een specifieke waarnemer boven de horizon bevindt en voor deze waarnemer zichtbaar is.    


Hemellichaam
Een natuurlijk object dat zich in het heelal bevindt en voor waarnemers op aarde zichtbaar kan zijn.    


Hemelmeridiaan
De kortste denkbeeldige lijn die over de hemelbol tussen de twee hemelpolen kan worden getrokken en daarbij het plaatselijke zenith kruist: per definitie een halve grootcirkel van 180 graden.    


Hemelpool
Eén van de twee denkbeeldige punten aan de hemel waarop de rotatieas van de aarde is gericht. Door de rotatie van onze planeet, lijken alle sterren op een dag éénmaal om dit punt heen te draaien. De noordelijke hemelpool vinden we momenteel in het sterrenbeeld Kleine Beer, nabij de zogenoemde Poolster. De zuidelijke hemelpool wordt (momenteel) echter niet gemarkeerd door een opvallende ster.    


Hemisfeer
De helft van een bolvormige ruimte of van een bolvormig object.    


Hoekafstand
De afstand in booggraden, boogminuten, en/of boogseconden tussen twee posities of hemellichamen aan hemel.    


Hoogte
In astronomisch verband vaker altitude of elevatie genoemd: de hoek in graden die een ster of een ander astronomisch object vanaf een waarneempositie maakt met de horizon.    


Hoofdspiegel
Het voornaamste lichtverzamelende oppervlak van een spiegeltelescoop (het objectief): doorgaans een sferisch of parabolisch gevormde reflecterende schijf.    


Hoofdster
De helderste component van een dubbelstersysteem (of een ander meervoudig stersysteem). Relatief lichtzwakke sterren in dergelijke systemen worden door astronomen 'begeleiders' genoemd.    


Horizon
Generalistisch: de grens tussen hetgeen voor een waarnemer zichtbaar is en hetgeen voor een waarnemer onzichtbaar is. In populair taalgebruik wordt de term 'horizon' gebruikt om de denkbeeldige lijn aan te duiden waar het aardoppervlak en de hemel elkaar lijken te raken.    


Horizontaal coördinatenstelsel
Het coördinatenstelsel dat de horizon van een waarnemer als uitgangspunt heeft. Het denkbeeldige horizontale ‘basisvlak' dat zo ontstaat, deelt de hemelbol in twee gelijke delen, met als ene pool het zenith loodrecht boven en als andere pool het nadir loodrecht onder de waarnemer. Als nulpunt fungeert het punt dat exact in het noorden op de horizon ligt (azimuth = 0, hoogte = 0). Omdat de posities van de sterren in dit coördinatenstelsel afhankelijk zijn van de geografische positie van de waarnemer en het lokale tijdstip, en dus voortdurend veranderen, wordt dit stelsel nauwelijks gebruikt voor astronomische doeleinden.    


Hydrostatisch evenwicht
Een toestand waarin de naar binnen gerichte samentrekking van materie als gevolg van zwaartekracht in balans is met naar buiten gerichte krachten, zoals gas- en/of stralingsdruk. De zon, andere stabiele sterren, de maan en de planeten, nemen een bolvorm aan doordat ze in een hydrostatisch evenwicht verkeren en krimpen of expanderen hierdoor niet.