L
 
Lagrangepunt
Een punt in een systeem van twee massieve objecten, die rond een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. In dit punt zijn de de zwaartekracht van de twee objecten én de middelpuntvliedende kracht van de baan van het punt precies in evenwicht. Elk dergelijk systeem heeft vijf Lagrangepunten: L1 tot en met L5. Een – al dan niet kunstmatig – object met een verwaarloosbare massa dat met de juiste beginsnelheid en richting in een Lagrangepunt belandt, kan zonder aandrijving een vaste relatieve positie behouden ten opzichte van twee hemellichamen. Astronomen benutten Lagrangepunten onder meer om satellieten in te ‘parkeren’ die een hemellichaam - zoals bijvoorbeeld de zon in het zon-aardesysteem - steeds van dezelfde kant dienen te bestuderen. Maar ook natuurlijke objecten, zoals de Trojanenplanetoïden bij de planeet Jupiter, zijn soms gevangen in Lagrangepunten.   


Lange baanas
De maximale diameter van de (ellipsvormige) baan die een hemellichaam beschrijft: een lijn die per definitie door het centrum én door de beide foci van de baan loopt. Voor astronomen is de helft van de lange baanas een belangrijk baanelement.   


Lens
Een voorwerp dat licht - of andersoortige elektromagnetische straling - doorlaat en afbuigt, en de stralen daarbij convergeert óf divergeert. Lenzen worden doorgaans voor optische doeleinden gebruikt om beelden te verkleinen of te vergroten, bijvoorbeeld in telescopen.   


Lentepunt   
Het punt aan de hemel waarop de zon de hemelequator ieder jaar in maart passeert, ofwel het snijpunt tussen de ecliptica en de hemelequator. Het lentepunt fungeert ook als nulpunt in het equatoriale coördinatenstelsel(RA = 0, Declinatie = 0).   


Licht
Ook wel zichtbaar licht genoemd: elektromagnetische straling met golflengten tussen 380 nanometer en 750 nanometer, waardoor deze waarneembaar is met het menselijke oog. Violet licht gaat bij een golflengte korter dan 380 nanometer over in UV-straling. En rood licht gaat bij een golflengte langer dan 750 nanometer over in infraroodstraling. Zichtbaar licht bezet een afzonderlijk 'gebied' in het elektromagnetisch spectrum.   


Lichtbreking
Ook wel refractie of simpelweg breking genoemd: het afbuigen, ofwel ‘breken', van lichtstralen wanneer deze een transparant medium (lens, atmosfeer, prisma, etc.) doorkruisen.   


Lichtende nachtwolken   
Zeldzaam atmosferisch verschijnsel op ongeveer 80 kilometer hoogte, dat in de zomermaanden sporadisch rond middernacht kan worden waargenomen vanaf locaties tussen 50 en 80 graden noorder- of zuiderbreedte. Lichtende nachtwolken kunnen vanuit Nederland in mei, juni en juli zichtbaar zijn boven de noordelijke horizon; als opvallend helder oplichtende ragfijne sluiers met een zilverblauwe glans. Ze bezitten doorgaans een geribbelde of gevezelde structuur en veranderen snel van vorm vanwege de sterke luchtstromingen in de hogere lagen van de dampkring. De sluiers bestaan vermoedelijk uit minuscule stofdeeltjes waarop zich onder zeer specifieke omstandigheden ijslaagjes hebben afgezet. In de zomermaanden, wanneer de zon niet ver onder de horizon zakt, kunnen deze deeltjes vanwege hun hoogte soms nog door de zon worden belicht. De herkomst van zowel de waterdamp als het fijnstof in de mesosfeer is nog onderwerp van een wetenschappelijk debat. Vermoedelijk gaat het (deels) om buitenaards materiaal, zoals stof van meteoroïden, maar ook direct na raketlanceringen worden soms lichtende nachtwolken waargenomen.   


Lichtjaar
Maat voor grote afstanden in het heelal. Eén lichtjaar is de afstand die licht (~ 300.000 km/s) in steriele omstandigheden per jaar aflegt; om precies te zijn: 9.460.730.472.580 kilometer en 800 meter.   


Lijnenspectrum
Ook wel emissiespectrum genoemd: het spectrum van een gloeiende stralingsbron, waarin – anders dan in een continu spectrum - heldere emissielijnen zichtbaar zijn. Deze emissielijnen zijn karakteristiek voor de uitstralende stof(fen) in de stralingsbron. Ieder element heeft een uniek emissiespectrum en zodoende een eigen 'vingerafdruk'.    


Lithosfeer   
De harde en starre bovenlaag van de aarde die bestaat uit zowel de aardkorst als het buitenste gedeelte van de mantel en die is opgebroken in diverse tektonische platen. De lithosfeer is ongeveer 80 kilometer dik en verschilt van de asthenosfeer eronder omdat haar gesteente door druk- en trekkrachten niet stroperig (en onomkeerbaar) van vorm veranderd, maar breekt of zich elastisch gedraagt.   


Lunatie
Ook wel de synodische maand genoemd: de tijd die verloopt tussen twee achtereenvolgende nieuwe manen, te weten 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 2,8 seconden.