M
 
Maan   
Ook wel natuurlijke satelliet genoemd: een natuurlijk object dat zich in een baan rond een zwaarder en vaak ook groter hemellichaam bevindt. Met dé maan wordt in de volksmond vooral verwezen naar de natuurlijke begeleider van de aarde. Toch zijn er nog honderden andere manen in het zonnestelsel, die zich merendeels binnen de invloedsfeer van de grote gas- en ijsreuzen Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bevinden.   


Maansverduistering   
Het verschijnsel dat zich voordoet wanneer de maan in het heelal door de kernschaduw en/of de bijschaduw van de aarde trekt en daardoor tijdelijk minder zonlicht ontvangt. Alléén wanneer het hemellichaam zich geheel in de kernschaduw bevindt, is er sprake van een totale maansverduistering.   


Magma
Vloeibaar (gesmolten) gesteente onder het aardoppervlak, met een temperatuur die varieert tussen 700 en 1300 graden Celsius. Wanneer magma een lagere dichtheid heeft dan de omringende materie, kan het plaatselijk (via en vanuit zogeheten magmakamers) omhoog komen. Magma dat het aardoppervlak daadwerkelijk bereikt, heet ook wel lava. Wanneer magma of lava afkoelt en vaste vorm aanneemt, ontstaat stollingsgesteente.   


Magnetisch veld
Ook wel elektrodynamisch veld genoemd: een ruimte die blootstaat aan de magnetische krachten die ontstaan door bewegende elektrische ladingen en veranderende elektrische velden. In elk punt binnen deze ruimte oefent het magnetisme een specifieke kracht in een specifieke richting uit. De denkbeeldige lijnen door dit vectorveld, die bijgevolg weergeven hoe de richting van het magnetisch veld van punt tot punt verandert, heten ook wel 'magnetische veldlijnen'. Diverse hemellichamen, waaronder de zon en de aarde, wekken een (sterk) magnetisch veld op.   


Magnetometer   
Een instrument dat de sterkte (in Tesla), en soms ook de richting, van een magnetisch veld meet. Wetenschappers die de magnetosfeer van de aarde bestuderen, gebruiken magnetometers bijvoorbeeld om verstoringen te signaleren die kunnen uitmonden in een geomagnetische storm en verhoogde poollichtactiviteit.   


Magnetosfeer   
Een ruimtelijk gebied rondom een hemellichaam waarbinnen het magnetisch veld van het betreffende hemellichaam dominant is. In een magnetosfeer gehoorzamen geladen deeltjes meer aan de krachten van dit eigen magnetisch veld dan aan andere krachtvelden. De magnetosfeer van de aarde buigt geladen deeltjes uit het heelal, bijvoorbeeld in de zonnewind of andere vormen van kosmische straling, grotendeels af en vormt hierdoor een soort natuurlijk schild voor de planeet.   


Magnitude
Een logaritmische maat voor de schijnbare helderheid van een hemellichaam voor een waarnemer op aarde, waarbij een sprong van vijf magnitudes een factor honderd in helderheid vertegenwoordigt. Hoe groter de helderheid van een hemellichaam, hoe kleiner de magnitude ervan. De schaal is zodanig gekalibreerd dat Vega, de op één na helderste ster in de noordelijke hemisfeer, een magnitude van vrijwel 0 bezit. De zon en de maan bezitten respectievelijk magnitudes van -26,5 en -12,5, en Venus varieert in helderheid tussen magnitude -4,6 en -3,8. De verre dwergplaneet Pluto heeft een magnitude van 13,8. Voor waarnemingen met het blote oog op een heldere nacht ligt de grens op ongeveer magnitude 6.   


Mantel
De laag in het inwendige van een rotsachtig hemellichaam die zich tussen de korst en de kern bevindt en zich qua chemische samenstelling van deze twee onderscheidt. De mantel van de aarde vult het grootste deel van het inwendige op (83 volumeprocent). Omdat de mineraalstructuur van het gesteente onder de hogere druk op grotere diepte verandert, wordt de aardmantel weer ingedeeld in een bovenmantel en een buitenmantel.   


Mare   
Latijn voor 'zee', maar in een astronomische context de term die vooral wordt gebruikt om uitgestrekte en relatief donkere vulkanische vlaktes op de maan aan te duiden. Het gaat – op een geologische tijdschaal – om ‘jonge' structuren die ontstonden toen grote (inslag)basins in het landschap door lavastromen werden opgevuld. Mares bestaan dan ook voornamelijk uit basaltisch materiaal en vertonen weinig tekenen van meteorietinslagen.   


Mars   
De vierde planeet gerekend vanaf de zon, en met een diameter van bijna 6800 kilometer de op één na kleinste in het zonnestelsel. Mars bezit een atmosfeer en wordt vanwege zijn roodgetinte oppervlak ook wel de Rode Planeet genoemd.   


Massamiddelpunt
Ook wel gemeenschappelijk zwaartepunt genoemd: het punt tussen twee of meer objecten in het heelal waarin ze elkaar gravitationeel in balans houden en waar ze omheen draaien. Zo bewegen de maan en de aarde feitelijk om een massamiddelpunt – dat zich overigens nog binnen de mantel van onze planeet bevindt. In meer complexere systemen met meerdere objecten met uiteenlopende massa's, zoals het zonnestelsel, is het massamiddelpunt voortdurend in beweging ten opzichte van het object met de meeste massa.   


Mechanische golf
Een zich binnen een medium voortplantende verstoring. Zo ontstaat geluid door trillingen (geluidsgolven) die zich met een bepaalde frequentie (die de toon bepalen) - meestal door de lucht - verplaatsen.   


Medium
Een bepaald fysiek geheel dat materie, trillingen en/of informatie kan dragen of overdragen. Zo kunnen water en lucht als medium fungeren voor mechanische - maar óók elektromagnetische - golven. De korst van een planeet fungeert soms weer als medium voor de trillingen van een aardbeving.   


Mercurius   
De planeet in het zonnestelsel die op ongeveer 1/3 AE het dichtst bij de zon staat. Mercurius, een rotsachtig hemellichaam, is met een diameter van 4880 kilometer tevens de kleinste onder alle officiële planeten.   


Meridiaan
De kortste denkbeeldige lijn die over de hemelbol tussen de twee hemelpolen kan worden getrokken. Alléén de meridiaan die voor een waarnemer op een specifieke locatie het plaatselijke zenith kruist wordt aangeduid als de hemelmeridiaan.  


Meteoor   
Ook wel vallende ster genoemd: het lichtspoor dat ontstaat wanneer een meteoroïde vanuit het heelal, doorgaans een miniscuul stof- of gruisdeeltje, met hoge snelheid in aanraking komt met de aardse atmosfeer.   


Meteoriet
Het deel van een meteoroïde dat na een val - al dan niet door een dampkring - het oppervlak van een hemellichaam (zoals de aarde) bereikt.   


Meteoroïde
Een samenhangend stuk materie in het zonnestelsel dat ruwweg in grootte kan variëren tussen een zandkorrel en een flink rotsblok. Meteoroïden die vanuit het heelal de aardatmosfeer infiltreren, kunnen een oplichtend spoor aan de hemel veroorzaken dat ook wel bekend staat als een meteoor of een vallende ster. Het eventuele restant van een meteoroïde dat het aardoppervlak bereikt, heet een meteoriet.    


Meteorologie
Ook wel weerkunde genoemd: de tak van wetenschap die de atmosfeer en de daarin voorkomende processen en verschijnselen bestudeert.   


Metonische cyclus
Een cyclus die de basis vormde van Griekse, Joodse en andere kalenders en die een verband aangeeft tussen de maankalender en de zonnekalender. De Griekse astronoom Meton, naar wie de cyclus is vernoemd, constateerde dat 19 zonnejaren nauwkeurig overeenkomen met 235 lunaties.    


M-flare   
Een middelzware zonnevlam die tussen 10^-5 en 10^-4 Watt per vierkante meter aan röntgenstraling produceert in het golflengtegebied tussen 1 en 8 Ångstrom. M-flares worden weer onderverdeeld in tien subklassen. Een M3-flare is bijvoorbeeld drie keer zo energetisch als een M1-flare.    


Microgolfstraling
Elektromagnetische straling met golflengten kleiner dan radiostraling (< 1 meter) en groter dan infraroodstraling (> 1 millimeter). Microgolfstraling leent zich goed voor telecommunicatie- en navigatiedoeleinden, maar ook voor energieoverdracht en verhitting (in magnetrons). In de radiosterrenkunde worden doorgaans waarnemingen verricht op golflengten in het microgolfgebied van het elektromagnetisch spectrum.   


Montering
Een mechanische constructie waarop een waarnemer een telescoop kan plaatsen. Een ingebouwd assenstelsel zorgt ervoor dat het instrument op elk willekeurig punt aan de hemel kan worden gericht.