Phoebe

Manen van
Saturnus:


Pan
Atlas
Prometheus
Pandora
Epimetheus
Janus
Mimas
Enceladus
Tethys
Telesto
Calypso
Dione
Helene
Rhea
Titan
Hyperion
Iapetus
Phoebe
Paaliaq
Albiorix
Siarnaq

( Manen met een diameter > 20 kilometer )





Eigenlijk hoort de misvormd sferische satelliet Phoebe niet thuis in het manenstelsel van Saturnus. Het hemellichaam lijkt in geen enkel opzicht op de andere natuurlijke satellieten van de gasplaneet. Daarbij komt dat Phoebe zich op maar liefst dertien miljoen kilometer van Saturnus bevindt. Waarschijnlijk is zij dan ook een ingevangen Centaur: een vanuit de Kuipergordel naar de binnendelen van het zonnestelsel gemigreerde half-komeet-half-planetoïde. In 1898 werd Phoebe ontdekt door de Amerikaanse astronoom William Henry Pickering.



Mede op basis van de eerste gedetailleerde beelden die de ruimtesonde Voyager 2 in 1989 van Phoebe maakte, beschouwden astronomen Phoebe lang als een ‘gewone’ ingevangen planetoïde. Het reflectievermogen van de ruim tweehonderd kilometer in doorsnee metende maan vertoont met acht procent namelijk veel overeenkomsten met de albedo van veel C-klasse (koolstofhoudende) planetoïden. Ook beweegt Phoebe in een afwijkende, retrograde baan, onder een grote hellingshoek van ongeveer dertig graden.

Dankzij geavanceerde metingen door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini in 2004 is inmiddels duidelijk geworden dat Phoebes samenstelling uitermate exotisch is; en veel gevarieerder dan de compositie van een typische C-klasse planetoïde. Het hemellichaam bestaat voor ongeveer de helft uit gesteenten. Heldere ‘oppervlaktelittekens’ in en rondom inslagkraters wijzen erop dat haar inwendige grote hoeveelheden ijsachtig materiaal bevat. Het oppervlak van Phoebe is grotendeels ‘gecoat’ met waterijs-deeltjes, maar bevat ook koolstofdioxide, ijzerhoudende mineralen, silicaten, organische stoffen en cyanide-verbindingen. Deze buitengewone diversiteit maakt haar niet alleen een van de meest intrigerende manen van het zonnestelsel; ook lijkt het erop dat zij ooit is gevormd in buitenste delen van de zonnenevel en astronomen bijgevolg veel kan vertellen over de (chemische) oerprocessen die zich in deze regionen afspeelden.

Auteur(s):     A.S.





Phoebe in cijfers
Gemiddelde diameter 213 km
Massa 8,297 × 10^18 kg
Gemiddelde dichtheid 1,634 g/cm^3
Zwaartekracht aan oppervlak 0,049 m/s^2
Gemiddelde afstand tot het centrum van Saturnus 12.952.000 km
Omlooptijd 550d 11u 31m
Rotatieperiode 9u 30m
Weerkaatsingsvermogen 0,081
Temperatuur aan oppervlak 110 K
Databron: NASA