S
 
Satelliet   
Term waarmee zowel verwezen kan worden naar een natuurlijk (maan) als een kunstmatig (kunstmaan) object, dat zich in een baan om een hemellichaam bevindt. Kunstmanen vindt men bij de aarde het meest in twee soorten banen: polair of geostationair. Een satelliet in een geostationaire (of geosynchrone) baan heeft een omloopperiode die gelijk is aan de rotatieperiode van de aarde. Hierdoor bevindt hij zich voortdurend boven hetzelfde gebied. Een satelliet in een polaire baan beweegt zich vrijwel parallel aan geografische lengtelijnen over de polen, maar passeert door de rotatie van de aarde bij elke omloop een andere lengtegraad boven de evenaar.    


Saturnus   
De op één na grootste planeet in het zonnestelsel. Saturnus staat ook wel bekend als een gasreus en onderscheidt zich vooral door zijn karakteristieke en uitgestrekte ringenstelsel.   


Scintillatie
Ook wel fonkeling of twinkeling genoemd: snelle fluctuaties in de ogenschijnlijke helderheid en/of kleur van een puntvormige lichtbron aan de hemel als gevolg van de aanwezigheid van de aardatmosfeer. Over het algemeen is de mate waarin een dergelijke lichtbron scintilleert afhankelijk van haar hoogte boven de horizon (de dikte van de luchtlaag waardoor het licht de waarnemer bereikt) én de helderheid van het hemellichaam (hoe kleiner de magnitude, hoe meer fonkeling). Maar ook de seeing speelt een belangrijke rol (hoe slechter de seeing, hoe meer scintillatie).    


Schaapjeswolk   
Populaire benaming van altocumulus: een type wolk die op middelbare hoogte (2 tot 6 kilometer) voorkomt en vaak geblokte of golfvormige structuren bezit. Schaapjeswolken laten zonlicht nog redelijk door en kunnen - zeker wanneer de zon laag staat - bijzondere schaduwpatronen en een geel-oranje gloed vertonen.   


Scheiding
Een gebied binnen een ringenstelsel waarin zich geen noemenswaardige ringen bevinden, en dat zo een visuele (donkere) grens vormt tussen verschillende (meer heldere) delen van het betreffende ringenstelsel.   


Schemering   
De toestand (vlak) ná zonsondergang of (vlak) vóór zonsopkomst waarbij er geen sprake is van totale duisternis door de atmosferische verstrooiing van zonlicht. Het gaat om een geleidelijk verschijnsel waarvan de duur verschilt, afhankelijk van de locatie op aarde en de tijd in het jaar. Formeel wordt de schemeringsperiode niettemin in een drietal fasen onderverdeeld: de burgerlijke schemering (de zon staat tussen 0 en 6 graden onder de horizon); de nautische schemering (de zon staat tussen de 6 en 12 graden onder de horizon); en de astronomische schemering (de zon staat tussen de 12 en 18 graden onder de horizon). Er heerst totale (astronomische) duisternis wanneer de zon zich meer dan 18 graden onder de horizon bevindt.    


Schijnbare afstand
De afstand aan de hemel tussen posities en/of hemellichamen, gemeten in booggraden, boogminuten of boogseconden. Deze afstand is schijnbaar, en niet reeël. Immers, een ster en een planeet kunnen elkaar aan de hemel op enkele boogseconden afstand passeren, terwijl ze in werkelijkheid vele lichtjaren van elkaar verwijderd zijn.   


Schwarzschild-straal
De minimale (kritische) straal van een sfeer waarbinnen een object met een gegeven massa zou moeten worden gecomprimeerd om onvermijdelijk verder ineen te storten tot in een oneindig klein punt met een oneindig grote dichtheid. Een dergelijke singulariteit wordt ook wel een zwart gat genoemd.   


Seeing
Een Engelse term die (amateur)sterrenkundigen gebruiken om de stabiliteit van de plaatselijke atmosfeer voor waarnemingsdoeleinden te beschrijven. Over het algemeen geldt: hoe onrustiger de lucht, hoe slechter de seeing. De kwaliteit van de seeing kan worden afgeleid uit de mate van scintillatie (twinkeling of fonkeling) van sterren op verschillende hoogte aan de hemel.   


Seyfert-stelsel
Een type AGN-sterrenstelsel met een bijzonder heldere en energetische kern; vermoedelijk door processen in een accretieschijf rondom een zwaar zwart gat. Seyfert-sterrenstelsels, vernoemd naar de astronoom Carl Keenan Seyfert, zijn minder energetisch dan quasars, waardoor de delen buiten de kern meestal niet worden overstraald en nog zichtbaar zijn voor waarnemers. Het deepsky-object M87 wordt dikwijls aangemerkt als een klassiek voorbeeld van een (betrekkelijk laagenergetisch) Seyfert-stelsel.   


Sferische aberratie
Een fout in de beeldvorming van een lens, van een sferisch lenzensysteem of van een sferische spiegel, doordat lichtstralen die nabij de rand van het objectief binnenvallen niet in hetzelfde brandpunt samenkomen als lichtstralen die dichter bij het centrum binnenvallen. Het beeld, bijvoorbeeld van een ster, is daardoor niet perfect scherp.   


SFU   
Afkorting van de Solar Flux Usnit: de eenheid waarmee astronomen de flux van zonne-energie op aarde in het radiogebied van het elektromagnetisch spectrum meten. Eén SFU komt overeen met 1 x 10^-22 Watt per vierkante meter per Hertz. De flux wordt meestal gemeten op een golflengte van 10,7 centimeter, waarop een sterke correlatie bestaat met het zonnevlekkengetal.   


Siderische periode
De omlooptijd van een hemellichaam in een baan om de zon: de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen twee achtereenvolgende samenstanden van het hemellichaam met een referentiester, zoals waargenomen zou kunnen worden vanuit het centrum van de zon.   


Sirius
Ook wel Alpha Canus Maioris genoemd: de helderste ster aan de hemel en tevens de helderste ster van sterrenbeeld Grote Hond. Al duizenden jaren vóór het begin van de westerse jaartelling was Sirius van grote betekenis voor onder meer de Egyptenaren, omdat de verschijning van de ster in de lente indiceerde dat de overstroming van de Nijl aanstaande was.   


Solar Flux Unit
   
Meestal afgekort tot SFU: de eenheid waarmee astronomen de flux van zonne-energie op aarde in het radiogebied van het elektromagnetisch spectrum meten. Eén SFU komt overeen met 1 x 10^-22 Watt per vierkante meter per Hertz. De flux wordt meestal gemeten op een golflengte van 10,7 centimeter, waarop een sterke correlatie bestaat met het zonnevlekkengetal.   


Solstitium
Ook wel zonnewende genoemd: de jaarlijkse gebeurtenis waarbij de zon aan de hemel haar grootste positieve óf negatieve afstand (declinatie) tot de hemelevenaar bereikt. De zon staat dan loodrecht boven één van beide keerkringen. Het wintersolstitium (midwinter) valt samen met de kortste dag en het zomersolstitium (midzomer) valt samen met de langste dag.   


Spectraalklasse
Een categorie waarin een ster kan worden ingedeeld op basis van de karakteristieken van haar elektromagnetisch spectrum. Uit een spectraalklasse kunnen astronomen snel informatie afleiden over de temperatuur, de kleur, de grootte en de chemische samenstelling van een ster. De belangrijkste spectraalklassen - van hete naar koele, en van kleine naar grote sterren - zijn achtereenvolgens W, O, B, A, F, G, K, M, R, N, S en L. De heetste sterren zijn meestal blauw of wit van kleur; koelere exemplaren neigen meer naar een rode of oranje tint. De zon is een ster in de G-klasse.   


Spectraallijn
Een emissielijn óf een absorptielijn in het elektromagnetisch spectrum van een stralingsbron.   


Spectroscoop

Een instrument waarmee de kleurenspectra van lichtbronnen, waaronder sterren en andere astronomische objecten, gevormd en geanalyseerd kunnen worden. Een spectroscoop ontleedt licht met behulp van een prisma of een ander refracterend medium in verschillende kleurcomponenten.   


Spectrum
Een grafisch weergegeven verdeling van (opeenvolgende) natuurkundige waarden, zodat deze relatief eenvoudig geanalyseerd of beschreven kunnen worden. In de astronomie is het elektromagnetisch spectrum meest gebruikte spectrum. Het bekendste is echter het kleurenspectrum: de grafisch weergegeven verdeling van soorten kleuren (van korte naar lange golflengten) in het gebied van zichtbaar licht, zoals ook ontstaat wanneer licht wordt gebroken door een prisma.   


Spiegelkijker
Populair synoniem voor spiegeltelescoop. Ook wel reflector genoemd: een telescoop die een beeld vormt met behulp van een spiegel als objectief. Het Newton-model, waarin het objectief parabolisch is gevormd om sferische aberratie te reduceren en waarin een vlakke vangspiegel het gereflecteerde licht nabij de kijkeringang afbuigt naar een oculair, wordt door amateurastronomen het meest gehanteerd. Omdat in een spiegelkijker geen lichtbreking plaatsvindt, treedt er ook geen chromatische aberratie op.   


Spiegeltelescoop
Ook wel reflector of spiegelkijker genoemd: een telescoop die een beeld vormt met behulp van een spiegel als objectief. Het Newton-model, waarin het objectief parabolisch is gevormd om sferische aberratie te reduceren en waarin een vlakke vangspiegel het gereflecteerde licht nabij de kijkeringang afbuigt naar een oculair, wordt door amateurastronomen het meest gehanteerd. Omdat in een spiegeltelescoop geen lichtbreking plaatsvindt, treedt er ook geen chromatische aberratie op.   


Spiraalstelsel   
Populair synoniem voor spiraalvormig sterrenstelsel: een type sterrenstelsel dat is opgebouwd uit een bolvormige centrale concentratie van relatief oude sterren en andere materie (de nucleus), van waaruit één of meerdere minder 'armen' met relatief jonge sterren ontspringen die in een denkbeeldig vlak rondom deze nucleus spiraliseren.  


Spiraalvormig sterrenstelsel   
Een type sterrenstelsel dat is opgebouwd uit een bolvormige centrale concentratie van relatief oude sterren en andere materie (de nucleus), van waaruit één of meerdere minder 'armen' met relatief jonge sterren ontspringen die in een denkbeeldig vlak rondom deze nucleus spiraliseren.  


Steenmeteoriet     
Een type meteoriet die voor het grootste deel uit silicaten (gesteenten) is opgebouwd. Onderzoekers classificeren de meeste steenmeteorieten die zij op aarde aantreffen als chondrieten, omdat deze chondrulen bevatten. Minder vaak aangetroffen achondrieten bevatten zulke opgesmolten korreltjes niet of nauwelijks.  


Steen-ijzermeteoriet     
Een op aarde zeldzaam type meteoriet die voor ruwweg de helft uit steenachtig materiaal bestaat en voor de andere helft uit een nikkel-ijzer mengsel.  


Stellair
Een bijvoeglijk naamwoord dat vaak wordt toegevoegd aan de naam van een astronomisch verschijnsel dat in direct verband staat met de aanwezigheid van een ster.  


Ster
Een zeer massief, compact en bolvormig lichaam in het heelal dat als gevolg van inwendige thermonucleaire reacties licht en andersoortige elektromagnetische straling uitzendt. Zelfs de sterren die in ons Melkwegstelsel het dichtst bij de zon staan, zijn zó ver verwijderd dat ze aan de hemel slechts als puntvormige lichtbronnen zichtbaar zijn. Bij stabiele sterren, waaronder de zon, zijn de inwaartse gravitatiedruk en de naar buiten gerichte stralingsdruk exact in balans. Er is dan sprake van een hydrostatisch evenwicht. Tijdens hun bestaan produceren de meeste sterren relatief zware elementen zoals koolstof en zuurstof uit lichte elementen zoals waterstof en helium. Nóg zwaardere elementen, waaronder metalen, vormen sommige sterren pas aan het eind van hun bestaan, bijvoorbeeld wanneer de teloorgang van het hydrostatisch evenwicht leidt tot een supernova.  


Sterrenbeeld   
Ook wel constellatie genoemd: een patroon van sterren aan de hemel, vernoemd naar een object, een dier of een mythisch figuur. De sterren in een sterrenbeeld hebben in werkelijkheid geen fysieke connectie; het gaat om een gezichtslijneffect.   


Sterrenhemel   
De hemelkoepel, of het firmament, dat bij heldere weer na zonsondergang zichtbaar is en waaraan meerdere sterren, sterrenbeelden, planeten en/of andere astronomische objecten zijn te zien.   


Sterrenhoop
Ook wel cluster genoemd: een verzameling van enkele tientallen tot vele (honderd)duizenden sterren die in meer of mindere mate door hun onderlinge zwaartekracht bijeen worden gehouden. Astronomen maken ruwweg onderscheid tussen open sterrenhopen en bolvormige sterrenhopen.   


Sterrenstelsel   
Een door de zwaartekracht samenhangende opeenhoping van sterren, gas en stof in het heelal. Ons eigen sterrenstelsel wordt ook wel de Melkweg genoemd. Ruwweg bestaan er vier soorten sterrenstelsels: spiraalstelsels, elliptische stelsels, balkspiraalstelsels en onregelmatige stelsels. Sterrenstelsels worden ook wel gezien als de 'eilanden' van het heelal. De intergalactische ruimte is namelijk zo goed als leeg.   


Sterrenwind
Een aanhoudende stroom van (geïoniseerde) gassen en andere (geladen) deeltjes, waaronder vooral protonen en elektronen, vanuit de buitenste atmosfeer van een ster. De snelheid, temperatuur en dichtheid van sterrenwind varieert en is sterk afhankelijk van de activiteit van de betreffende ster én de aanwezigheid van coronale gaten. De sterrenwind in ons eigen zonnestelsel staat bekend als de zonnewind.   


Straalbreking
Ook wel atmosferische refractie genoemd: het afbuigen van lichtstralen als gevolg van prismatische werking van een atmosfeer. Hierdoor lijkt een buitenaards object soms verder boven de horizon te staan dan het in werkelijkheid staat. In het zenith is de straalbreking nul, terwijl de atmosferische refractie vlak boven de (aardse) horizon – door de lange weg die het licht door de dampkring moet afleggen – kan oplopen tot een halve graad. De grootte van het effect is overigens óók afhankelijk van de atmosferische omstandigheden op een gegeven plaats op een gegeven moment.    


Stralingsgordel
Een torusvormige ruimte rondom een planetair hemellichaam waarin hoge concentraties geladen deeltjes uit de sterrenwind (zonnewind), zoals protonen en elektronen, door een magnetisch veld worden vastgehouden. De deeltjes in een dergelijke gordel spiraliseren onophoudelijk via de magnetische veldlijnen heen en weer tussen de twee magnetische polen. Daarbij wekken ze een stroom (of straling) op. In de magnetosfeer van de aarde bevinden zich twee stralingsgordels die ook wel de Van Allen Gordels worden genoemd.    


Stralingsstorm   
Ook wel protonstorm genoemd: een tijdelijke forse toename van het aantal hoogenergetische protonen dat (diep) doordringt in de magnetosfeer en de ionosfeer van de aarde. Een stralingsstorm treedt op na een aanzienlijke versnelling van protonen in de zonnewind door een krachtige explosie op de zon (een flare). Hierna kunnen zulke deeltjes al binnen enkele uren in de omgeving van onze planeet arriveren; veel eerder dan de relatief trage CME die doorgaans eveneens door een flare wordt voortgebracht. Een stralingsstorm van protonen kan (levens)gevaarlijk zijn voor astronauten en verhoogde stralingsdoses opleveren voor vliegtuigpassagiers. Ook satellieten kunnen hinder ondervinden of beschadigd raken. Tot slot kan radiocommunicatie op hoge frequenties (ernstig) worden verstoord. Op basis van het fluxniveau van protonen met een energie groter dan 10 MeV worden stralingsstormen ingedeeld in vijf klassen: S1 (zwak), S2 (matig), S3 (sterk), S4 (zeer sterk) en S5 (extreem).    


Stratus   
Een laaghangend wolkentype, dat zich meestal vertoont in een min of meer gesloten wolkenlaag die plaatselijk kan overgaan in mist. Stratus wordt dikwijls geassocieerd met slecht of somber weer en kan lichte neerslag met zich meebrengen.    


Stratocumulus   
Een wolkentype, dat zich op lage hoogte (< 2,5 kilometer) vertoont in dikke opwellende, maar diffuus begrenste witte of grijze flarden. Tussen stratocumuluswolken bevinden zich vaak openingen waardoor de blauwe hemel nog zichtbaar is.    


Subductie
Het proces waarbij een oceanische tektonische plaat met een relatief grote dichtheid onder een andere tektonische plaat (met een relatief kleine dichtheid) schuift.   


Supercluster
Een concentratie van meerdere groepen en clusters van sterrenstelsels. Superclusters behoren tot de grootst denkbare structuren in het heelal.   


Supernova
De uitzonderlijk krachtige explosie waarmee de levensloop van een zware ster eindigt. Wanneer de laatste nucleaire brandstoffen in de kern van een zware ster zijn verbruikt en er nog slechts zware metalen resteren, verdwijnt de stralingsdruk vanuit het inwendige en volgt er een implosie. Op het moment dat de buitenste gasschillen van de ster vervolgens met hoge snelheid op de compacte kern botsen, vindt een extreme explosie plaats, waardoor tevens het grootste deel van de stellaire materie het heelal in wordt geblazen. Bij een supernova kan in één keer net zo veel straling (en dus ook licht) vrijkomen als de zon gedurende haar gehele bestaan produceert. Een supernova die plaatsvindt binnen enkele tientallen lichtjaren afstand van de aarde zou zelfs fataal kunnen zijn voor het menselijke leven.   


Synodische maand
Ook wel lunatie genoemd: de tijd die verloopt tussen twee achtereenvolgende nieuwe manen, te weten 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 2,8 seconden.    


Synchrone rotatie
Ook wel gebonden rotatie genoemd: het verschijnsel dat de tijd waarin een satelliet om zijn eigen as draait (roteert) door getijdeneffecten gelijk is geworden aan de tijd waarin de satelliet één omloop voltooit. Een gevolg hiervan is dat een satelliet met een synchrone rotatie altijd het zelfde halfrond naar zijn moederlichaam (meestal een planeet) richt. De meeste grote satellieten in het zonnestelsel, waaronder de maan, bezitten een synchrone rotatie.   


Synodische periode
Het gemiddelde tijdsinterval waarmee een hemellichaam op dezelfde positie terugkeert ten opzichte van twee referentie-hemellichamen. In het geval van een planeet gaat het om de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen twee achtereenvolgende conjuncties óf opposities. De synodische periode van een satelliet komt overeen met de duur van één cyclus van schijngestalten, gezien vanaf het hemellichaam waar deze omheen draait. De synodische periode is niet per definitie gelijk aan de ware omloopperiode van een hemellichaam. Voor een object dat zich in een baan om de zon bevindt, is de siderische periode de maatstaf voor de omloopperiode.