Z
 
Zenith
Een punt dat zich loodrecht boven een (waarnemer op een) specifieke locatie bevindt. Aan de hemelbol is het zenith de tegenpool van het nadir.   


Zenithale afstand
De hoekafstand tussen een hemellichaam en het zenith.   


Zichtbaar licht
Populair synoniem voor zichtbare straling en doorgaans gewoon licht genoemd: elektromagnetische straling, met golflengten tussen 380 nanometer en 750 nanometer, waardoor deze straling waarneembaar is met het menselijke oog. Violet licht gaat bij een golflengte korter dan 380 nanometer over in UV-straling. En rood licht gaat bij een golflengte langer dan 750 nanometer over in infraroodstraling. Zichtbare straling bezet een afzonderlijk 'gebied' in het elektromagnetisch spectrum.   


Zichtbare straling
Doorgaans gewoon licht genoemd: elektromagnetische straling, met golflengten tussen 380 nanometer en 750 nanometer, waardoor deze straling waarneembaar is met het menselijke oog. Violet licht gaat bij een golflengte korter dan 380 nanometer over in UV-straling. En rood licht gaat bij een golflengte langer dan 750 nanometer over in infraroodstraling. Zichtbare straling bezet een afzonderlijk 'gebied' in het elektromagnetisch spectrum.   


Zodiak
Ook wel dierenriem genoemd: een denkbeeldige strook aan de hemel waarlangs de zon, de maan en de planeten zich bewegen en waarin zich onder meer de twaalf sterrenbeelden van de pseudo-wetenschap astrologie bevinden.   


Zodiakaal licht
Een zeer zwak lichtschijnsel dat zich vlak na zonsondergang of vóór zonsopkomst in een ruwe driehoeksvorm boven de horizon uitstrekt langs de zodiak. Zodiakaal licht ontstaat door de verstrooiing van zonlicht door ruimtestof in het vlak van de ecliptica, maar blijft meestal onzichtbaar vanwege lichtvervuiling of maanlicht.   


Zon   
De ster die zich in het centrum van het zonnestelsel bevindt: een zogeheten gele dwerg die ongeveer 333.000 keer zwaarder is dan de aarde, een diameter heeft van ongeveer 1,39 miljoen kilometer, en een oppervlaktetemperatuur bezit van ongeveer 5500 graden Celsius. Alle objecten in het zonnestelsel draaien om de zon, die op haar beurt – op een afstand van ruwweg 25.00 lichtjaar – ongeveer eens in de 225 miljoen jaar om het centrum van het Melkwegstelsel draait. De zon is ongeveer 4,57 miljard jaar geleden ontstaan, bestaat grotendeels uit waterstof en helium en bezit 99,86 procent van de massa van het totale zonnestelsel.   


Zonnejaar
Ook wel tropisch jaar genoemd: de tijd die verstrijkt tussen twee achtereenvolgende doorgangen van de zon door het lentepunt.   


Zonnestelsel   
Het systeem dat ongeveer 4,6 miljard jaar geleden ontstond uit een samentrekkende interstellaire gas- en stofwolk en dat tegenwoordig bestaat uit de zon en uit alle objecten die door de zwaartekracht aan deze centrale ster zijn gebonden. Naast de zon komen in het zonnestelsel onder meer planeten, manen, dwergplaneten, planetoïden, kometen en meteoroïden voor.   


Zonneuitbarsting   
Meestal coronale massa ejectie genoemd: een eruptie vanuit de buitenste zonneatmosfeer van (geïoniseerde) gassen en andere (geladen) deeltjes, waaronder vooral protonen en elektronen. Veel, maar niet alle, zonneuitbarstingen ontstaan door flares vanuit actieve gebieden. Zonneuitbarstingen verstoren de snelheid en de dichtheid van de zonnewind (meestal een toename), hetgeen enkele dagen later - onder meer - poollicht op aarde kan veroorzaken.   


Zonnevlam   
Ook wel flare genoemd: een explosieve gebeurtenis in de zonneatmosfeer, waarbij energie die wordt vastgehouden in magnetische velden vrijkomt. Dit veroorzaakt een plotselinge en sterke toename van hoogenergetische elektromagnetische straling, waaronder röntgen- en gammastraling. De grootste zonnevlammen worden, op basis van hun röntgenstralingproductie op golfengten tussen 1 en 8 Ångstrom, in de klassen C, M en X ingedeeld. Een relatief milde C-vlam produceert in dit golflengtegebied tussen de 10^-6 en 10^-5 Watt per vierkante meter. Bij een zware M-vlam ligt deze productie tussen de 10^-5 en 10^-4 Watt per vierkante meter. Zeer zware X-vlam, ten slotte, zijn zeldzaam en brengen tussen 10^-4 en 10^-3 Watt per vierkante meter voort in het golflengtegebied tussen 1 en 8 Ångstrom. Door een zonnevlam kan, naast een eruptie van straling, ook een coronale massa-ejectie (CME) van geladen materie plaatsvinden.    


Zonnevlek   
Een betrekkelijk koel en daardoor donker ogend gebied op de zon, dat ontstaat door een lokaal verhoogde magnetische activiteit. Zonnevlekken contrasteren met temperaturen van gemiddeld 4000 graden optisch met hun omgeving, die met een temperatuur van ongeveer 5500 graden veel meer straling produceert. Het aantal zonnevlekken dat zich jaarlijks op de zon vertoont, is sterk afhankelijk van de zonneactiviteit, die een cyclus van ruwweg elf jaar doorloopt. De meeste zonnevlammen ('flares') en coronale massa-ejecties (CME's) ontstaan vanuit regionen met een versterkte magnetische activiteit (actieve gebieden), waar zich ook vaak zonnevlekken voordoen.   


Zonnevlekkengetal   
De waarde die het aantal individuele zonnevlekken dat dagelijks zichtbaar is op de zon bij benadering weergeeft. Het zonnevlekkengetal is sinds oudsher de belangrijkste indicator voor de zonneactiviteit en hangt dus sterk samen met de zonnecyclus, met ongeveer om de elf jaar een maximum. Bij het berekenen van het zonnevlekkengetal combineren astronomen verschillende waarnemingen, waarbij zij rekening houden met verschillen in instrumentarium en waarneemomstandigheden.   


Zonnewende
Ook wel solstitium genoemd: de jaarlijkse gebeurtenis waarbij de zon aan de hemel haar grootste positieve óf negatieve afstand (declinatie) tot de hemelevenaar bereikt. De zon staat dan loodrecht boven één van beide keerkringen. De winterwende (midwinter) valt samen met de kortste dag en de zomerwende (midzomer) valt samen met de langste dag.   


Zonnewind   
Een aanhoudende stroom (geïoniseerde) gassen en andere (geladen) deeltjes, waaronder vooral protonen en elektronen, vanuit de buitenste atmosfeer van de zon. De snelheid, temperatuur en dichtheid van de zonnewind door het zonnestelsel varieert en is sterk afhankelijk van de zonneactiviteit én de aanwezigheid van coronale gaten.  


Zonnezuil   
Verticale lichtbundel boven - of incidenteel onder - de zon omstreeks zonsondergang of zonsopkomst die ontstaat doordat zonlicht weerkaatst op de vlakke kant van hexagonale ijskristallen die zich hoog in de dampkring bevinden. Een zonnezuil neemt de kleur aan van de zon en kan daarom de ene keer wit getint zijn en de andere keer geel of (diep)rood. Het hemelverschijnsel tekent zich niet altijd even scherp af aan de hemel en kan zowel worden waargenomen als de zon vlak onder óf vlak boven de horizon staat.  


Zonsondergang   
Het moment waarop de zon voor een waarnemer volledig achter de horizon verdwijnt als gevolg van de rotatie van de aarde. In de volksmond wordt met de term zonsondergang ook vaak verwezen naar de dikwijls sfeervolle ambiance die aan de hemel ontstaat in een wat langere periode vlak vóór en vlak ná zonsondergang.  


Zonsopkomst   
Het moment waarop de zon voor een waarnemer vanachter de horizon tevoorschijn komt als gevolg van de rotatie van de aarde.  


Zonsverduistering   
Het verschijnsel dat zich voor een waarnemer voordoet wanneer de maan aan de hemel voor de zon langs beweegt, waardoor het zonlicht uit de fotosfeer (deels) wordt geblokkeerd. Alleen wanneer de maan de fotosfeer volledig aan het zicht onttrekt, is er sprake van een totale zonsverduistering.   


Zuiderlicht
Ook wel aurora australis genoemd: een lichtverschijnsel boven het zuidelijk halfrond als gevolg van botsingen van geladen deeltjes uit de zonnewind met atomen of moleculen in de bovenste lagen van de dampkring. Deze botsingen veroorzaken ionisatieprocessen, waarbij licht met verschillende golflengten (en dus kleuren) wordt uitgezonden. Normaliter worden energetische deeltjes in de stralingsgordels van de magnetosfeer vastgehouden en dringen slechts enkele via magnetische veldlijnen de dampkring binnen boven ringvormige zones rond de magnetische polen. Boven zo'n zone, doorgaans met een typische breedte van 5 lengtegraden op ongeveer 10 tot 20 graden afstand van een pool, is voortdurend sprake van een diffuse gloed. Door verstoringen in het geomagnetisch veld, zoals tijdens een geomagnetische storm, kan de zone zich uitbreiden en neemt het aantal geladen deeltjes dat in aanraking komt met de dampkring (sterk) toe. Zuiderlicht kan zich dan zeer helder en kleurrijk voordoen in de vorm van stralenbundels en bewegende gordijnen van licht.   


Zwaartekracht
Eén van de vier fundamentele natuurkrachten: het verschijnsel dat deeltjes of objecten met massa een aantrekkende kracht op elkaar uitoefenen. Deze kracht is volgens de gravitatiewet van Isaac Newton evenredig met het product van beide massa's en is omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand tussen beide massa's.   


Zwart gat
De door een waarnemingshorizon begrensde omgeving rondom een oneindig klein punt met een oneindig grote dichtheid (een singulariteit) van waarachter niets kan ontsnappen; zelfs geen licht of andersoortige elektromagnetische straling. Zwarte gaten ontstaan onder meer na supernovae en na het imploderen van zeer zware sterren. Wanneer de kern van een ineenstortende ster meer dan ruwweg vijf keer zoveel massa als de zon bezit, is geen enkele denkbare tegendruk in staat om haar volledige instorting tot een singulariteit te voorkomen.   


Zwarte druppeleffect
Een optisch verschijnsel dat vanaf aarde wordt waargenomen tijdens het begin en het einde van een Venusovergang. Op het moment dat Venus zich, bijvoorbeeld tijdens haar intrede, geheel voor de zon bevindt en de zwarte planeetschijf zich ogenschijnlijk los zou moeten maken van de zonnerand, blijft er kortstondig een uitstulping te zien die het schijfje met de zonnerand lijkt te verbinden. Venus doet zich dan gedurende enkele seconden voor als een 'zwarte druppel' tegen de achtergrond van de heldere fotosfeer. Dit effect ontstaat ook vlak voordat de planeetschijf, aan het einde van een overgang, de zonnerand weer raakt.   


Zwarte dwerg
Het hypothetische eindstadium van een witte dwerg: een 'dode' ster, bestaande uit gedegenereerde materie, die volledig is afgekoeld en geen elektromagnetische straling (waaronder licht) meer produceert. Omdat het afkoelingsproces van een witte dwerg vermoedelijk langer duurt dan de huidige levensduur van het heelal (~ 14 miljard jaar), achten astronomen het onwaarschijnlijk dat zwarte dwergen momenteel al in het heelal voorkomen.